maandag 15 januari 2018

Lemmet



Mistig was het. Zo mistig, je kon er plakken uit snijden. En op je boterham leggen.
Hij keek uit het raam. Het schemerde, een uitdrukking die aan de avond doet denken. Maar het was gewoon morgen. En de dag die nog moest beginnen had geen idee te hebben waarheen met die mist.
Op het voetpad aan de overkant van de straat zag hij vaag iemand zich een weg banen door de grijze deken. Wie het was zag hij niet. Gek, want hij kende toch iedereen in het dorp. De passant liet een hond uit, althans daar leek het op. Een gele leiband stond bijna strak, en de man volgde met een gestrekte arm. De hond was al verdwenen om de hoek, de gele leiband en de eigenaar volgden. Hij had een hoed op, dat was nog net te zin voor hij uit het zicht verdween, opgelost in de nevel als in een wolk.
Een gele leiband, een hoed. Zonder hond erbij slaagde hij er vanachter de vensterbank niet in het plaatje kompleet te maken. Wie kon dat in godsnaam zijn. Hij kende toch iedereen in het dorp.
Een licht gevoel van onbehagen maakte zich van hem meester terwijl hij het deksel van de jampot draaide. Hij keek weer even naar buiten voordat hij het mes in de kersenconfituur liet zakken. De mistwolken waren bijna tastbaar nu, zo dicht. De overkant van de straat was overgegaan in een grauwe leegte. Het lemmet verdween in de pot en kwam vol vruchtvlees weer tevoorschijn.
Rood.

woensdag 3 januari 2018

Thuis ben

En als ik dan thuis ben
Alle stukjes passen in elkaar,
als een puzzel.
Elk stukje zijn verhaal.
Alles is er
als de spiegel
van mijn herinneringen.
Niet precies,
veel lijkt kleiner.
Het verleden zoekt zich
aangenaam wentelend en kerend
een weg
naar nu
en ontvouwt zich
iedere keer weer
als een landkaart
open, open,
steeds verder open.
Tot het zijn werkelijke grootte
weer gevonden heeft.
Als ik thuis ben.

- Axel, 24-25 december 2017 -







dinsdag 2 januari 2018

Beschermengel


Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen, kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden, blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden, stel je netjes voor, eet zoals het hoort
en zeg u
(*)

Ik kon een kunstje, ik kon op mijn rug zitten. Dat wist ik zelf niet eens, maar mijn moeder zei dat dan. ,,Niet op je rug zitten.'' Dan ging ik maar op mijn kont zitten. Dat mocht wel, want dat deden ze allemaal. En nog trouwens. Sommige gewoontes gaan niet voorbij.

,,Niet wijzen!''
Stilte.
Dan. Woordjes die ritselen als een zoete zomerbries in een berkenboom.
Een slappe lach die zich op kersenlippen vleit. Mondhoek tot mondhoek. Woorden op kersenlippen, hanepootjes, onleesbaar geworden onder een slappe lach.
,,Niet fluisteren in gezelschap.''
Tja, hoe moet je het dan duidelijk maken.


Ik was op nieuwjaarsdag in Ferrara. We aten wat "dal Settimo", we dronken er ook een espresso. En daarna naar het Palazzo dei Diamanti, waar een expositie van het werk van Carlo Bononi was.
Bononi leefde van 1569 tot 1632 en was schilder. Hij behoorde tot de Ferrarese school, die rond 1470 aan het hof van de familie Este ontstond.
Negen zalen, precies genoeg, en een prachtige audiogids.
Op de posters van de tentoonstelling prijkt de 'Angelo custode', een schilderij uit de late periode van Bononi, dat tussen 1625 en 1630 het Ferrarese daglicht moet hebben gezien. Het hangt in de zesde zaal, in het gezelschap vijf andere godsdienstige taferelen. Eigenlijk alles wat in die tijd geschilderd werd stond in het teken van de kerk. Het doek meet 2 meter 40 bij 1 meter 41 en laat een jongeling (zo heetten die toen nog) op zijn knieën zien terwijl de duivel aan zijn schouders staat te sleuren. Naast de twee staat de beschermengel, de 'angelo custode'. Heel relaxed toont hij de jongeling de weg die hij kan gaan, die van de hemelse glorie. Zijn rechterarm gaat omhoog, de jongeling lijkt overtuigd. Een glimlach vleit zich op de lippen van de beschermengel, hij kijkt de jongeling aan en wijst naar het engelenorkestje aan de hemelpoort.
En de jongeling...

,,Niet wijzen!'', zegt hij.
Hoorntjes, bugeltjes, klaroentjes en serpentjes vallen stil.
Dan. De woorden van de beschermengel die ritselen als een zoete zomerbries in een berkenboom.
,,Nou, dan moet je het zelf maar weten.''

(*) Doe maar - Pa

maandag 1 januari 2018

App




2018 begint. Wat laat m'n bed uit, ik lag er ook wat laat in voor mijn doen. Wassen, scheren, wakker worden, glaasje water met het sap van een halve citroen. Dat is ongeveer de volgorde. Ongeveer, want zeker ben ik nergens van als ik aan het wakker worden ben. Het glaasje citroensap wordt door sommigen ook wel de inwendige douche genoemd. Het schijnt je binnenkant in één keer schoon te spoelen. Mijn mond op een tuitje, de kaken aan elkaar geplakt, ogen dicht. Zo. Maag, darmen en andere ingewanden schrikken wakker. Ikzelf volg nu vanzelf.

2018 begint. Mijn rondje te voet. Dat doe ik sinds mei. Eerst omdat het moest, met mijn tong op mijn schoenen. Nu omdat ik het fijn vind, met mijn tong op mijn schoenen. Andere schoenen, want ik heb de zolen van het eerste paar inmiddels versleten.
,,Stel je doel!!!'', stelt mijn loop-app me voor. ,,Hoeveel kilometer ga je lopen in 2018?'' Even ben ik geneigd te antwoorden. Ik reken, vandaag vijf kilometer, maar meestal een stuk of zeszeven, vijf keer op de week, maar soms ook een keer of zeszeven, en ook drievier gebeurt. Vijftienhonderd, is dat redelijk? Op tijd bedenk ik me dat ik moet lopen omdat ik en hoeveel ik het prettig vind, niet omdat een app me achter de vodden zal gaan zitten.
Maar het valt op dat alles en iedereen cijfers van je wil weten aan het begin van een nieuw jaar. Hoeveel boeken ga je lezen dit jaar? Hebban vraagt het me, een ook Goodreads. Achtentwintig zeg ik tegen de één, 28 tegen de ander. In 2017 ging ik voor 25 (vijfentwintig) en kwam ik op dertig (30) uit. Het leuke is dat het in mijn beide Readers Challenges (zo heet dat dan) niet allemaal dezelfde titels zijn. Kijk, dat vind ik nou leuk. Fake news, zelf gemaakt.

2018 begint. Het is nog ver voor het middaguur als ik langs "Il Laghetto" loop. Nog een meter of vijfhonderd. Het zou ook ongeveer een halve kilometer kunnen zijn. Maar ik denk iets minder. "Il Laghetto" is een van de twee dorpscafé's in ons dorp. De beste, en niet alleen van ons dorp. Je eet er ook best goed, als je tenminste houdt van hetgene het beperkte menu te bieden heeft. 's Zondags is er bijna altijd een viswedstrijd, maar niet op ouwejaarsdag. En ook niet op nieuwjaarsdag, wat in 2018 logisch is, want nieuwjaarsdag valt dit jaar op maandag.
Een van de eerste bezoekers komt net naar buiten en aan de manier te horen waarop hij me gelukkig nieuwjaar wenst weet ik dat hij zijn eerste glaasjes van dit jaar zojuist heeft achterover geslagen. Nu al, denk ik. Nu pas, denkt hij waarschijnlijk, want vandaag opende "Il Laghetto" niet zoals gebruikelijk om zeven (7), maar om 10 (tien) uur. Stel je doel!!!, denk ik. Hij is een vaste klant, die gemakkelijk aan de 1500 glaasjes gaat komen dit jaar. Zonder app die hem achter zijn vodden gaat zitten, maar omdat hij het zelf prettig vindt.

woensdag 27 december 2017

Nummer 1351


Op nummer 1351 in de top 2000 hoor ik "Working Class Hero" van John Lennon.

2017 was voor mij een jaar van veranderingen. Ook wat montuur betreft. Mijn John Lennon brilletje werd na een jaar of veertig een ander modelletje.
Ik kocht mijn eerste ziekenfondsbrilletje bij een optiek in Gardolo, in de schaduw van Trento, halfweg naar Lavis. Toen ik de verkoopster wilde duidelijk maken welk model ik zocht en dus naar het model van John Lennon verwees keek ze me vragend aan. ,,Wie?''
Als ik aan mijn laatste aankoop een naam zou moeten plakken zou ik op Buddy Holly uitkomen. Maar ik denk niet dat die naam meer succes op herkenning gehad zou hebben. Dus het werd turen, aanwijzen, passen, meten, en op goed geluk tot de aanschaf overgaan. Want kijken hoe een bril staat zonder brilleglazen op sterkte blijft voor mij een wazige gebeurtenis.

Ik was op eerste kerstdag in Nederland dit jaar. Eerste kerstdag, Jezus werd geboren. En tweede kerstdag, tja, niks eigenlijk. Jezus zijn verjaardag was voorbij. Van mij mag het, hoor, maar met kerst heeft tweede kerstdag eigenlijk niet meer te maken. Ze hadden het beter uitbuikdag kunnen noemen of zo, of kliekjesdag. In Italië heet het Santo Stefano. Geen idee wat die gedaan heeft, maar hij is heilig en heeft slechts zijdelings iets met Jezus te maken.
Weet je wiet op tv voorbij zag komen? Robert ten Brink! All you need is love!!! Alles wat je nodig hebt is liefde. En het schijnt echt waar te zijn, want ondanks het feit dat ik hem een jaar of 20 niet meer had gezien bleek vriend Robert echt geen steek te zijn veranderd en geen dag te zijn verouderd. Wonderbaarlijker dan de wederopstanding van den Heere. Of zou ik naar een herhaling uit 1997 hebben zitten kijken?

John Lennon heeft "All you need is love" ooit geschreven, ook al staat er Lennon/McCartney achter de titel. Veertig jaar geleden. Veertig! Slechts drie jaar later verscheen "Working Class Hero", maar het lijkt of veel meer jaren tussen hebben gelegen. John zonder Paul, George en Ringo.
Op nummer 1351 in de top 2000 hoor ik "Working Class Hero" van John Lennon. Wat is de tekst nog actueel, denk ik. Bijna nog actueler als toen.
Het nummer is ten einde, de top 2000 wordt onderbroken voor de reclame. ,,Iedereen moet kunnen beleggen.''




As soon as you’re born
they make you feel small
By giving you no time instead of it all
Till the pain is so big
you feel nothing at all
A working class hero is something to be

They hurt you at home
and they hit you at school
They hate you if your clever and they despise a fool
Till you’re so fucking crazy
you can follow their rules
A working class hero is something to be
A working class hero is something to be

When they’ve tortured
and scared you for 20 odd years
Then they expect you
to pick a career
When you can’t really function you’re so full of fear
A working class hero is something to be
A working class hero is something to be

Keep you doped with religion and sex and TV
And you think you’re so clever and classless and free
But you’re still fucking peasants as far as I can see
A working class hero is something to be
A working class hero is something to be

There’s room at the top
they are telling you still
But first you must learn
how to smile as you kill
If you want to be like the folks on the hill

A working class hero is something to be
If you want to be a hero just follow me
If you want to be a hero well just follow me


maandag 13 februari 2017

Nog een familieportret



The Hilton Family

Jamie Diamond noemt zichzelf interdisciplinair artiest. Voor zijn projecten maakt hij gebruik van fotografie, video en performance, of een combinatie daarvan.
Diamond is geboren in 1983 en woont en werkt in Brooklyn, New York.

Voor "Constructed Family Portraits" nodigde hij onbekenden op internet of op straat uit om als een familie in een hotelkamer te poseren voor de fotocamera. Het resultaat was een serie van, op het oog, normale studioportretten, scenes van alledaagse intimiteit. ,,Maar het zijn in werkelijkheid dus maatpakken'', geeft Diamond aan. ,,Er wordt een familie neergezet hoe die geacht wordt te zijn.''
Aan elke familie werd de naam gegeven van het hotel waar de betreffende foto gemaakt was.

The Harmonie Family

The Radisson Family

zondag 12 februari 2017

Familieportret



,,Op de foto?'', brult Wannes. ,,Waar is dat goed voor?''
Wannes brult, maar hij is niet kwaad. Ook al klinkt het wel zo. Nee, Wannes is doof. En daarom roept hij, brult hij, alsof iederéén doof is. Wie hem daarop aanspreekt krijgt, als hij eenmaal door de taaie wand van dof geruis in Wannes' dovemansoren heen gebroken is, nul op rekest. Wannes roept niet, meent hij overtuigd. ,,Ik spreek soms met een lichte stemverheffing, maar dat is alles.''
Die stemverheffing heeft hij weer overgehouden uit het leger. ,,Toen we dienden voor Volk en Vaderland'', denderen de woorden in hoofdletters over Wannes' lippen. Volk en Vaderland vormen kleine speekselbelletjes, die als wit schuim in de mondhoeken achterblijven. ,,Tucht, Discipline.'' Meer schuim, vooral 'discipline' draagt bij. ,,Je zou een goeie branding zijn, opa'', merkt achterkleinzoon Jamal op. ,,Of een een pilsje'', grinnikt Jamals neefje Dween. [Ja, met deze naam hebben zijn ouders hem voor de rest van zijn leven geëerd, ik zweer het je. Geen Dwain, nee, Dween!]

Het gelach gaat aan Wannes voorbij. Hij is er even niet. De blik op oneindig glijdt langs de sanseveria's de vensterbank over, omzeilt de tuinkabouters, de straat uit, het dorp uit, de klok een jaar of zeventig achteruit. Alleen Leuntje, oma Leuntje, weet waarheen.
Legergroen, tucht, discipline, kameraadschap, solidariteit. Schouders recht. De klap kwam nog voordat Wannes het zelfs maar tot soldaat eerste klas had kunnen schoppen. Terug naar huis, naar Leuntje. Hardhorend, en voor altijd bang voor het donker. Een nachtlampje aan, al zeventig jaar lang. Maar in een droom branden geen nachtlampjes, en nog steeds roept Wannes af en toe tegen het donker. Zo treedt hij zijn angsten tegemoet. Totdat Leuntje hem wekt.

Oma Leuntje legt haar hand op Wannes' pols, knijpt zacht. Zacht meanderende aderen onder de dunne, rimpelende huid. Hij knippert een keer met z'n ogen, iets vochtiger als daarnet. Maar hij is er weer, 2017. Kijkt Leuntje aan. ,,De foto'', zegt ze.
Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen staan en zitten al klaar. De jaarlijkse familie-reünie. Sinds een jaar of vijf komt er een echte fotograaf voor een officieel familieportret. En elke keer wil Wannes' weten waar dat dan wel goed voor is.
,,Omdat je zo'n lekker beest bent, opa'', brult Jamal in zijn oor. Dween lacht. Leuntje lacht. Wannes lacht. Iedereen lacht, en de fotograaf klikt.
Zo moet een familieportret zijn.

Afbeelding: Adriaan de Lelie - Portret van de familie van Jan van Loon (1786)