zondag 23 juni 2019

Kate Tempest dicht het Engeland van de Brexit

Wat had een dichter het goed gedaan op Woodstock, denk ik. Maar verdomme, ze hadden een dichter, denk ik dan weer. Daar kwamen ze echter 47 jaar later pas achter toen ze hem de Nobelprijs voor de literatuur gaven. Dylan de troubadour, protestsongs, het duurde lang voordat ze hem echt dichter noemden. En zelfs toen, in 2016, nog niet eens echt overtuigd.
Dylan stond in 1998 op een blubberig Glastonbury, als zanger. Regenlaarzen, modder, liedjes. Hij sloot af met als toegift een ‘encore’ van “Blowin’ in the wind”... Instrumentaal nota bene!
Een jaar nadat de Nobelprijs voor de literatuur was toegekend aan Bob Dylan stond Kate Tempest op Glastonbury. Een dichteres. Was het ene het gevolg van het andere? Of had iemand eindelijk begrepen dat poëzie het wel goed moest doen op een festival? Hoe het ook zij, The times they are a changing.




Het waaide die 23e juni 2017 in Glastonbury. De vlaggen strak aan de masten, fel dundoekgeklapper als zweepslagen, duizend maal gedubd. Het was niets vergeleken met de storm die op het West Holts podium opstak toen Tempest van wal stak. De zeilen vol. Dit was geen wind, geen storm, dit was een orkaan. Haar teksten fel, zonder franje als het rauwe nietsontziende geratel van een machinegeweer.
,,You gotta kick at the darkness til it bleeds daylight’’. Het is één van de mooiste zinnen uit de geschiedenis van de popmuziek. Hij komt uit het muzikaal wat lauwe “Lovers in a dangerous time” van Bruce Cockburn, maar ik leerde hem kennen dankzij het agressieve “God Part II” van U2. Maar alleen Kate Tempest heb ik tot nu toe echt het donker zien schoppen totdat het daglicht bloedde. Ja, The Times they are a changing. Bono moet steeds meer zijn best doen op een buikje in een beginnend stadium te houden (persoonlijke note: wat is het leven eenvoudig als je niet in schijnwerpers leeft) en de muziek meandert voort in een op het eerste gezicht weinig verrassend laagland. Totdat dus opeens alles in een stroomversnelling kan geraken, muziek weer een echte vorm van protest wordt en het woord de boventoon voert. Dat is het mooie van muziek, van kunst en cultuur in het algemeen: het verandert.



Kate Tempest (echte naam Kate Esther Calvert) is geboren in 1985 in Londen. Ze won in 2013 de Ted Hughes Award voor haar gedicht “Brand New Ancients” en sinds 2014 staat ze in het selecte rijtje van New Generation Poets van the Poetry Book Society.



Deze maand (juni 2019) kwam haar derde studio album uit, “The book of Traps and Lessons”. In de Volkskrant beloonde Menno Pot Tempests nieuwste met vier sterren. Hij schrijft: ,,... ze zoomt in, verwoordt klein menselijk leed: eenzaamheid, liefdesverdriet, angst voor de toekomst. Woorden van hoop zijn er ook, maar het album is vooral een roerende schets van Brits verdriet, groot of juist klein, gekoppeld aan het voorstel (in People’s Faces) om elkaar eens aan te kijken en een beetje te helpen.’’

Genieten.





People’s faces

[Verse 1]
It’s coming to pass, my countries coming apart
The whole thing’s becoming such a bumbling farce
Was that a pivotal historical moment we just went stumbling past?
Well, here we are, dancing in the rumbling dark
So come a little closer, give me something to grasp
Give me your beautiful, crumbling heart
Another disaster, catharsis
Another half-discarded mirage
Another mask slips
I face off with the physical
My head’s ringing from the love of the stars
There is too much pretense here
Too much depends on the fragile wages
And extortionate rents here
We’re working every dread day that is given us
Feeling like the person people meet really isn’t us
Like we’re gonna buckle underneath the trouble
Like any minute now, the struggle’s going to finish us
And then we smile at all our friends

[Refrain]
It’s hard, we got our heads down and our hackles up
Our backs against the wall, I can feel you aching
None of this was written in stone
There is nothing we’re forbidden to know
And I can feel things changing
Even when I’m weak and I’m breaking
I’ll stand weeping at the train station
‘Cause I can see your faces
There is so much peace to be found in people’s faces

[Verse 2]
I saw it roaring
I felt it clawing at my clothes like a grieving friend
It said there are no new beginnings
Until everybody sees that the old ways need to end
But it’s hard to accept that we’re all one and the same flesh
Given the rampant divisions between oppressor and oppressed
But we are, though
More empathy, less greed, more respect
All I’ve got to say has already been said
I mean, you heard it from yourself
When you were lying in your bed and couldn’t sleep
Thinking, "Couldn’t we be doing this differently?"
I’m listening to every little whisper in the distance singing hymns
And I can, I can feel things changing

[Refrain]
But it’s so hard, we got our heads down and our hackles up
Our backs against the wall, I can feel your heart racing
None of this was written in stone
The currents fast, but the river moves slow
And I can feel things changing
Even when I’m weak and I’m breakin'
I stand weeping at the train station
‘Cause I can see your faces
There is so much peace to be found in people’s faces

[Verse 3]
It’s not enough
To imagine we’ll be happy when we’ve got enough stuff
All this stuff is blocking us
I’m neat with no chaser
I’m all spirit, but I’m sinking
'Cause the days are not days but strange symptoms
And this age is our age
But our age is rage sinking to beige
And yes, our children are brave
But their mission is vague
Now I don’t have the answers
But there are still things to say
I stare out at my city on another difficult day
And I scream inwardly, "When will this change?"
I’m beginning to fade
But my sanity’s saved ‘cause I can see your faces
My sanity’s saved ‘cause I can see your faces

[Refrain]
It’s hard, we got our heads down and our hackles up
Our backs against the wall, I can feel your heart racing
None of this was written in stone
The current’s fast but the river moves slow
And I can feel things changing
Even when I’m weak and I’m breaking
I stand weeping at the train station
‘Cause I can see your faces
I love people’s faces

zaterdag 15 juni 2019

Last post

Uit de jukebox klinkt al vijftig jaar lang de Maanserenade. Niet aan één stuk, hoor, gelukkig niet. Maar laten we zeggen dat Marty regelmatig zijn partijtje meeblaast in café De Zwaan.



,,Het laatste rondje.’’
Dubbele tong. Of beter, twee dubbele tongen. Gelukkig denkt geen van beiden er aan, want het zou ongetwijfeld stof zijn voor een discussie die kant nog wal zou raken. Niks van wat Cees en Piet het laatste uur uitgekraamd hebben heeft overigens nog kans gezien kant of wal maar enigszins te benaderen. Keer op keer raken ze halverwege de draad kwijt en vallen ze stil. ,,Ja, ja’’, zegt de ene dan na een paar minuten en de ander is het daar dan roerend mee eens. ,,Ja, ja, zo is het maar net.’’ En opnieuw wordt een balletje opgegooid. Aan gesprekstof geen gebrek.
,,Hé, jongens. Laatste rondje’’, herhaalt de cafébaas Wim. De “jongens” knijpen de ogen tot spleetjes om scherp te stellen op de lege glazen voor hun neus. ,,Nou, nog eentje dan, dat kan wel’’, vindt de een. ,,Voor mij ook’’, vindt de ander. ,,Een kleintje.’’ Het is nog lang geen sluitingstijd, maar Cees en Piet zijn geen lastposten. Ze vertrouwen op dit tijdstip van de avond altijd op Wim, die de dingen nog wél helder ziet en straks een taxi voor ze belt.
Een boer ontsnapt met een zucht. ,,Ja, ja, zo is het maar net.’’
Ze bevochtigen de lippen in het verse schuim. ,,Jongens, geloof ik. Jongens! Ik heb jou nog in een luier gezien, hoor!’’ Wim kent het verhaal, kent het verloop van een avond van zijn stamgasten. Nou begint de ander over het leger, weet hij.
,,In onze tijd was er nog zo iets als de dienstplicht!’’ Twee borsten gaan onwillekeurig vooruit. Nog steeds trots, ook al word ter niet meer bij gegroet.

In de jukebox marcheert inmiddels Jan Klaassen, van Den Helder tot Den Briel. Jan Klaassen, trompetter in het leger van de prins. ,,Van Prins Frederik Hendrik van Oranje, maar dat klopt niet’’, weet Piet alsof hij er zelf bij is geweest. ,,Jan zou bij de Slag om de Mookerheide het loodje gelegd hebben, maar dat was in 1574 en toen was Frederik Hendrik nog niet eens geboren.’’ Met troebele rode ogen kijkt Cees zijn vriend vol bewondering aan. Maar die valt stil als een schuimkraag in een glas bier bij de aanraking van een paar bitterbalvette lippen.


Als we de Slag om de Mookerheide in Rob de Nijs’ liedje aanhouden zou Jan Klaassen onder de overgrootvader van Frederik Hendrik gediend moeten hebben, namelijk Willem I van Oranje-Nassau die leefde van 1533 tot 1584 en van 1544 (hij was toen 11 jaar!) tot 1584 Prins van Oranje was.
Na Willem I werd Filips Willem prins van oranje, toen Maurits, en pas toen was het de beurt aan Frederik Hendrik.


We moeten het ook nog even over Maurits hebben. Die was Prins van Oranje tussen 1618 en 1625. Daarvóór (in de periode 1588-1598) had hij als opperbevelhebber van het Staatse leger dankzij zijn militair inzicht dermate belangrijke overwinningen op de Spanjaarden behaald dat hij voor een kentering in de Tachtigjarige Oorlog gezorgd had. Laten we zeggen dat hij de ideale coach was: streng als het ging om het handhaven van de discipline, maar barmhartig als daar voldoende reden voor was. De ijzeren discipline had onder andere tot gevolg gehad dat het taptoe-signaal ingesteld was. Het trompet-signaal gaf het eind van de dag aan, de inspectie van de posten, en ook het moment dat de soldaten terug naar hun kazerne moesten en dat de herbergiers niet meer mochten schenken. ,,Doe den tap toe!’’ (Het spreekt voor zich dat Cees en Piet dit interessante stukje vaderlandse geschiedenis het liefst overslaan)
Tegenwoordig wordt het signaal in Nederland gebruikt bij herdenkingen en begrafenissen. Zo wordt het op 4 mei gespeeld voorafgaand aan de 2 minuten stilte tijdens de Nationale Herdenking.


De Engelse troepen die eind zestiende en begin zeventiende eeuw in Holland gelegerd waren (in 1585 besloot koningin Elizabeth I de Nederlanden te steunen in hun strijd tegen de Spanjaarden) “importeerden” de Nederlandse “taptoe” in Engeland. Niet helemaal hetzelfde, maar het leek er veel op: Er was een First Post signaal, dat het begin van de inspecties van de militaire posten aangaf. De Last Post gaf het einde van de inspecties aan. Ook in Groot-Brittanië en de Gemenebest-landen is het nu een signaal geworden dat gebruikt wordt tijdens militaire herdenkingen en begrafenissen.
De meest indrukwekkende Last Post ceremonie is ongetwijfeld die van Ieper, in België. Onder de Menenpoort wordt sinds 1928 elke avond om acht uur de Last Post geblazen ter nagedachtenis aan de 54.896 soldaten van het Britse Gemenebest die in de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld en waarvan de stoffelijke resten nooit zijn teruggevonden.



,,Ja, ja, zo is het maar net’’, zegt Cees.

______________________________________________________________________________________

Ik ben op de fiets vanavond. Het verlangen naar minder. Minder auto, minder plastic, minder agressie, minder internet, minder Facebook ook. Maar vriend Paolo klikt en ik ga online. Ook als post op mijn eigen Facebook profiel. De laatste post op mijn eigen Facebook profiel.
Ik wil weer gewoon gaan praten en schrijven. Zinnen met een normale lengte, gesprekken met een normaal verloop. Geen likes, geen emoticons. Dus vanaf nu ik ben elders, en veel minder aanwezig op FB. Ik blijf linken waar je me kunt lezen, kunt zien, waar we kunnen praten of zwijgen, gewoon, zonder duimpjes.


maandag 15 januari 2018

Lemmet



Mistig was het. Zo mistig, je kon er plakken uit snijden. En op je boterham leggen.
Hij keek uit het raam. Het schemerde, een uitdrukking die aan de avond doet denken. Maar het was gewoon morgen. En de dag die nog moest beginnen had geen idee te hebben waarheen met die mist.
Op het voetpad aan de overkant van de straat zag hij vaag iemand zich een weg banen door de grijze deken. Wie het was zag hij niet. Gek, want hij kende toch iedereen in het dorp. De passant liet een hond uit, althans daar leek het op. Een gele leiband stond bijna strak, en de man volgde met een gestrekte arm. De hond was al verdwenen om de hoek, de gele leiband en de eigenaar volgden. Hij had een hoed op, dat was nog net te zin voor hij uit het zicht verdween, opgelost in de nevel als in een wolk.
Een gele leiband, een hoed. Zonder hond erbij slaagde hij er vanachter de vensterbank niet in het plaatje kompleet te maken. Wie kon dat in godsnaam zijn. Hij kende toch iedereen in het dorp.
Een licht gevoel van onbehagen maakte zich van hem meester terwijl hij het deksel van de jampot draaide. Hij keek weer even naar buiten voordat hij het mes in de kersenconfituur liet zakken. De mistwolken waren bijna tastbaar nu, zo dicht. De overkant van de straat was overgegaan in een grauwe leegte. Het lemmet verdween in de pot en kwam vol vruchtvlees weer tevoorschijn.
Rood.

woensdag 3 januari 2018

Thuis ben

En als ik dan thuis ben
Alle stukjes passen in elkaar,
als een puzzel.
Elk stukje zijn verhaal.
Alles is er
als de spiegel
van mijn herinneringen.
Niet precies,
veel lijkt kleiner.
Het verleden zoekt zich
aangenaam wentelend en kerend
een weg
naar nu
en ontvouwt zich
iedere keer weer
als een landkaart
open, open,
steeds verder open.
Tot het zijn werkelijke grootte
weer gevonden heeft.
Als ik thuis ben.

- Axel, 24-25 december 2017 -







dinsdag 2 januari 2018

Beschermengel


Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen, kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden, blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden, stel je netjes voor, eet zoals het hoort
en zeg u
(*)

Ik kon een kunstje, ik kon op mijn rug zitten. Dat wist ik zelf niet eens, maar mijn moeder zei dat dan. ,,Niet op je rug zitten.'' Dan ging ik maar op mijn kont zitten. Dat mocht wel, want dat deden ze allemaal. En nog trouwens. Sommige gewoontes gaan niet voorbij.

,,Niet wijzen!''
Stilte.
Dan. Woordjes die ritselen als een zoete zomerbries in een berkenboom.
Een slappe lach die zich op kersenlippen vleit. Mondhoek tot mondhoek. Woorden op kersenlippen, hanepootjes, onleesbaar geworden onder een slappe lach.
,,Niet fluisteren in gezelschap.''
Tja, hoe moet je het dan duidelijk maken.


Ik was op nieuwjaarsdag in Ferrara. We aten wat "dal Settimo", we dronken er ook een espresso. En daarna naar het Palazzo dei Diamanti, waar een expositie van het werk van Carlo Bononi was.
Bononi leefde van 1569 tot 1632 en was schilder. Hij behoorde tot de Ferrarese school, die rond 1470 aan het hof van de familie Este ontstond.
Negen zalen, precies genoeg, en een prachtige audiogids.
Op de posters van de tentoonstelling prijkt de 'Angelo custode', een schilderij uit de late periode van Bononi, dat tussen 1625 en 1630 het Ferrarese daglicht moet hebben gezien. Het hangt in de zesde zaal, in het gezelschap vijf andere godsdienstige taferelen. Eigenlijk alles wat in die tijd geschilderd werd stond in het teken van de kerk. Het doek meet 2 meter 40 bij 1 meter 41 en laat een jongeling (zo heetten die toen nog) op zijn knieën zien terwijl de duivel aan zijn schouders staat te sleuren. Naast de twee staat de beschermengel, de 'angelo custode'. Heel relaxed toont hij de jongeling de weg die hij kan gaan, die van de hemelse glorie. Zijn rechterarm gaat omhoog, de jongeling lijkt overtuigd. Een glimlach vleit zich op de lippen van de beschermengel, hij kijkt de jongeling aan en wijst naar het engelenorkestje aan de hemelpoort.
En de jongeling...

,,Niet wijzen!'', zegt hij.
Hoorntjes, bugeltjes, klaroentjes en serpentjes vallen stil.
Dan. De woorden van de beschermengel die ritselen als een zoete zomerbries in een berkenboom.
,,Nou, dan moet je het zelf maar weten.''

(*) Doe maar - Pa

maandag 1 januari 2018

App




2018 begint. Wat laat m'n bed uit, ik lag er ook wat laat in voor mijn doen. Wassen, scheren, wakker worden, glaasje water met het sap van een halve citroen. Dat is ongeveer de volgorde. Ongeveer, want zeker ben ik nergens van als ik aan het wakker worden ben. Het glaasje citroensap wordt door sommigen ook wel de inwendige douche genoemd. Het schijnt je binnenkant in één keer schoon te spoelen. Mijn mond op een tuitje, de kaken aan elkaar geplakt, ogen dicht. Zo. Maag, darmen en andere ingewanden schrikken wakker. Ikzelf volg nu vanzelf.

2018 begint. Mijn rondje te voet. Dat doe ik sinds mei. Eerst omdat het moest, met mijn tong op mijn schoenen. Nu omdat ik het fijn vind, met mijn tong op mijn schoenen. Andere schoenen, want ik heb de zolen van het eerste paar inmiddels versleten.
,,Stel je doel!!!'', stelt mijn loop-app me voor. ,,Hoeveel kilometer ga je lopen in 2018?'' Even ben ik geneigd te antwoorden. Ik reken, vandaag vijf kilometer, maar meestal een stuk of zeszeven, vijf keer op de week, maar soms ook een keer of zeszeven, en ook drievier gebeurt. Vijftienhonderd, is dat redelijk? Op tijd bedenk ik me dat ik moet lopen omdat ik en hoeveel ik het prettig vind, niet omdat een app me achter de vodden zal gaan zitten.
Maar het valt op dat alles en iedereen cijfers van je wil weten aan het begin van een nieuw jaar. Hoeveel boeken ga je lezen dit jaar? Hebban vraagt het me, een ook Goodreads. Achtentwintig zeg ik tegen de één, 28 tegen de ander. In 2017 ging ik voor 25 (vijfentwintig) en kwam ik op dertig (30) uit. Het leuke is dat het in mijn beide Readers Challenges (zo heet dat dan) niet allemaal dezelfde titels zijn. Kijk, dat vind ik nou leuk. Fake news, zelf gemaakt.

2018 begint. Het is nog ver voor het middaguur als ik langs "Il Laghetto" loop. Nog een meter of vijfhonderd. Het zou ook ongeveer een halve kilometer kunnen zijn. Maar ik denk iets minder. "Il Laghetto" is een van de twee dorpscafé's in ons dorp. De beste, en niet alleen van ons dorp. Je eet er ook best goed, als je tenminste houdt van hetgene het beperkte menu te bieden heeft. 's Zondags is er bijna altijd een viswedstrijd, maar niet op ouwejaarsdag. En ook niet op nieuwjaarsdag, wat in 2018 logisch is, want nieuwjaarsdag valt dit jaar op maandag.
Een van de eerste bezoekers komt net naar buiten en aan de manier te horen waarop hij me gelukkig nieuwjaar wenst weet ik dat hij zijn eerste glaasjes van dit jaar zojuist heeft achterover geslagen. Nu al, denk ik. Nu pas, denkt hij waarschijnlijk, want vandaag opende "Il Laghetto" niet zoals gebruikelijk om zeven (7), maar om 10 (tien) uur. Stel je doel!!!, denk ik. Hij is een vaste klant, die gemakkelijk aan de 1500 glaasjes gaat komen dit jaar. Zonder app die hem achter zijn vodden gaat zitten, maar omdat hij het zelf prettig vindt.