zondag 18 december 2011

Naam

,,Jezus is geen naam.''
,,Nog niet.''

Photobucket


Een kerstverhaal in zes woorden.
Voor meer kerstverhalen in zes woorden: Jokezelf.

zondag 17 april 2011

Habemus Papam

,,Gefeliciteerd met je promotie.'' Iedereen gaat ervan uit dat een promotie enkel positief is, eerst en vooral natuurlijk om het prijskaartje dat eraan vasthangt. Aan de andere kant van het labeltje staan in dikke rode letters de woorden "grotere  verantwoordelijkheid" gedrukt.
En wat doe je als gepromoveerde als je merkt dat je juist daar niet klaar voor bent? Dat die grotere verantwoordelijkheid te zwaar op je schouders rust en je die niet kunt dragen? Als je het beste met jezelf voorhebt doe je een stapje terug, je weigert de promotie of je zoekt een andere baan.
En wat als je die promotie niet kunt weigeren? Als je gekozen bent door een hogere macht, de hoogste macht? Dan heb je een serieus probleem.
Het is deze hersenkronkel die de Italiaanse regisseur Nanni Moretti tot zijn laatste film aangezet heeft, "Habemus Papam", die vrijdag (15 april) in de Italiaanse bioscopen in première is gegaan en op het Filmfestival van Cannes mee zal dingen naar de Gouden Palm. Over een pas gekozen paus, wiens schouders te smal blijken om de immense verantwoordelijkheid van hoofd van de katholieke kerk te dragen.

 

Habemus Papam

Er zijn inmiddels vijf jaren verstreken sinds Moretti's laatste film "Il Caimano", een steeds profetischer wordende rolprent rondom Silvio Berlusconi. Een film die veel stof deed en doet opwaaien, zoals de meeste van de films van de inmiddels 57-jarige regisseur, acteur en producent. En gezien het onderwerp heeft ook "Habemus Papam" natuurlijk al voor de nodige discussies gezorgd in een Italië dat leeft en beleeft in de schaduw van de kerk.
Toch lijkt Nanni Moretti de film met fluwelen handschoenen aan te hebben gemaakt. Ondanks het feit dat hij uitgesproken atheïst is neemt hij het geloof of het Vaticaan nergens echt op de hak. Integendeel zelfs. ,,Het is ook geen film over het Vaticaan'', vertelt Moretti in een interview met Arianna Finos voor 'La Repubblica'. ,,Het is een film over de moeilijkheid om aan de verwachtingen van anderen te kunnen voldoen.'' Niet voor niets lijkt hij dan ook te hebben gekozen voor Michel Piccoli als hoofdrolspeler.Michel PiccoliDe 85-jarige Franse acteur (in zijn rijke carrière goed voor 225 films) kruipt op een erg overtuigende manier in de huid van kardinaal Melville en zet deze op een meesterlijk menselijke wijze in al zijn onvolkomendheden en twijfels neer op het moment dat hij tot paus Celestino VI wordt gekozen.

De nieuwe paus wordt panisch op het moment dat hij vanaf het balkon de gelovigen op het Sint Pieterplein moet begroeten en zijn plaats tussen de wapperende rode fluwelen gordijnen blijft dan ook leeg. De katholieke wereld is vanaf de hoogste tot laagste gelederen in verwarring en de hulp van de psychiater Brezzi (de beste, een rol die Nanni Moretti zichzelfNanni Moretti
toeëigent) wordt ingeroepen. Op diens aanraden zoekt Celestino VI in het diepste geheim hulp buiten de muren van het Vaticaan, bij een andere psychiater (Brezzi's ex-vrouw). Om zijn identiteit niet prijs te geven doet de paus zich voor als acteur (,,Maar ik ben geen goeie.''). Na het bezoek maakt hij een wandelingetje, waarbij hij aan het wakend oog van zijn staf weet te ontsnappen. Alleen in Rome komt hij in aanraking met het leven buiten de kerk. Hij herinnert zich zijn liefde voor het toneel, komt in een gezelschap terecht dat zich voorbereid op Tsjechov's "De Meeuw". Het is de vleug symboliek waarvan Moretti in "Habemus Papam" knap gebruik maakt. De première van het toneelstuk leidt tot het einde van de vlucht van Melville/Celestino VI, precies zoals de vlucht van Tsjechov's meeuw haar einde kende. De film gaat vervolgens haar beslissende fase in, die ik hier niet zal onthullen.


De menselijke tragiek is slechts een onderdeel van de film. "Habemus Papam" werd als een commedie gepresenteerd, en dat is het ook in de eerste plaats. Moretti's humor is aangenaam, niet plat zoals ze te vaak op de Italiaanse televisie gebracht wordt. Met af en toe een kleine vingerwijzing naar de wereld van de psychiaters en de geslotenheid van de kerk, maar zonder denigrerend te worden.
Moretti is back. Voor de ene helft van Italië werd het tijd, voor de andere helft had hij ook weg mogen blijven. Zo gaat dat hier, je houdt ervan of niet. Zwart, wit, grijstinten bestaan niet.

dinsdag 12 april 2011

Wat Van Gogh zag en Ghisoland laat zien

Toen Vincent van Gogh in december 1878 in Wasmes arriveerde meende hij zijn roeping gevonden te hebben. De Borinage in de Waalse provincie Henegauwen was het Europese centrum van de steenkoolindustrie en produceerde op haar eentje meer van het zwarte goud als heel Duitsland en Frankrijk bij elkaar. De streek heeft zijn naam zelfs te danken aan de mijnwerkers: borin of borain is Frans voor kompel, mijnwerker. En de mijneigenaren dankten hun immense rijkdom aan diezelfde mijnwerkers. Wat er overbleef voor de tienduizenden die elke dag onder de grond hun leven waagden was een schijntje. Hongerlonen die de mijnwerkersfamilies in de Borinage in de grootste misère deed leven.
Van Gogh voelde dat hij juist hier als lekenprediker thuis hoorde. Naast mensen die leefden in nederigheid, precies zoals Jezus Christus in nederigheid leefde. De 25-jarige geloofsfanaat liet zich zover meeslepen door zijn overtuiging dat hij zijn huurkamer opzegde in ruil voor de miezerigste optrek in de streek. Hij gaf zijn kleren weg, zijn geld, leefde min of meer op water en brood. Het leven van een dienaar hoorde immers hard te zijn, en dienend. In 1879 (hij woont dan inmiddels in het nabijgelegen Cuesmes) kwam Vincent in aanvaring met de kerk aangezien hij zich steeds meer inzette voor de naastenliefde en steeds minder voor de officiële kerkelijke ceremonies. Van Gogh werd uit zijn ambt gezet en wat volgde was een jaar in bijna absolute eenzaamheid. Pas in juli 1880 ontving broer Theo weer een brief waarin een verbitterde Vincent liet doorschemeren dat de God van de kerk een ander was dan de God die hijzelf voor ogen had.
Het was een beslissende fase in Van Gogh's leven. Theo slaagde erin Vincent ervan te overtuigen zijn sociale en religieuze mening op een artistieke manier te uiten. Met het geld wat zijn broer hem gestuurd had schreef hij zich in Brussel in aan de kunstacademie en liet de kerk voor wat ze was.



Photobucket
Kolenmijn in de Borinage (1879)
Vincent van Gogh


Wat Van Gogh achterliet in de Borinage waren de mijnwerkers. Geen broers die aan hen wat geld konden sturen om ze van hun miezerige bestaan te verlossen. Alleen de hoop dat het nageslacht niet in de mijnen het dunbelegde brood zou moeten verdienen.
Eén van die vele kompels heette Ghisoland. Hij woonde en werkte in La Bouverie, nog geen vijf kilometer van Wasmes verwijderd. Wie weet of hij de lekenprediker uit Holland ooit ontmoet heeft.
PhotobucketIn 1878, het jaar waarin Van Gogh in de Borinage aankwam, werd zijn tweede zoon geboren. Norbert heette hij. Vader Ghisoland werkte om zijn zoons een vak te laten leren. De oudste werkte voor een fotograaf, Norbert zou timmerman worden. Toen zijn broer echter onverwacht aan de gevolgen van een ongeluk overleed werd Norbert de hulp bij fotograaf Charles Galladé in Mons. Hij werkte er van 1897 tot 1900. In 1902 verhuisde hij naar Frameries, waar hij voor zichzelf begon in een pand onder de woning waar hij en zijn familie woonden. Tot aan zijn dood in legde Norbert Ghisoland er zijn plaats- en streekgenoten vast. In totaal meer dan 90.000 negatieven op glasplaten liet hij in 1939 na. Een patrimonium. Ongeveer de helft ervan is verloren gegaan toen de familie in 1953 een deel van de glasplaten aan de staat schonk om er de slachtoffers van de watersnoodramp in Nederland mee te helpen. Er was een groot gebrek aan glas nadat het water zich meester had gemaakt van een groot deel van ons land.

Wat er van het werk van Ghisoland is overgebleven is uniek te noemen. De kwaliteit van de opnamen is perfekt omdat zijn studio een glazen dak had en hij daardoor min of meer bij daglicht kon werken. En hoewel hij zich nooit een kunstenaar heeft willen noemen, maar enkel een fotograaf die zijn werk zo goed mogelijk uitvoerde, geven de achtergronden van zijn onderwerpen, de kostuums, de attributen, een heel bijzondere sfeer aan de foto's.


Photobucket Photobucket
Photobucket Photobucket

En hier sluipt de tegenstelling tussen de werkelijkheid en datgene wat Norbert Ghisoland aan sfeer schiep de prenten binnen. De werkelijkheid die niet weg te fotograferen viel van de gezichten van de mensen die voor hem poseerden, eerst voor een eenvoudige pasfoto, maar later voor bruiloften, een doop, of andere heugelijke feiten zoals een overwinning in een wielerwedstrijd. De fotostudio sloot de wereld even buiten, maar hoe die wereld bezit had genomen van de mens zelf is bij Ghisoland beter te zien dan bij de meeste van zijn tijdgenoten. De ogen verraadden een moeilijk leven, een hard bestaan, waarin weinig of geen plaats was voor een gelukkige glimlach. Zelfs niet in pose in de studio van een fotograaf.


Photobucket Photobucket


De strakke kaken, de doffe blikken, de gelaten waar immer een waas van vermoeidheid de huid leek te verschralen. Het zijn waarschijnlijk dezelfde gezichten die Vincent van Gogh deden realiseren dat de God van de kerk een andere God dan de zijne was, een andere God dan die van de mijnwerkers met hun harde bestaan. Dankzij de immense nalatenschap van Ghisoland wordt ons de mogelijkheid geboden mee te kijken. Mee te kijken met de fotograaf, en mee te kijken met Van Gogh. Een fascinerende gedachte.

PhotobucketPhotobucketPhotobucket

De Botanique in Brussel eert deze dagen de meesterfotograaf die geen meester wilde zijn. Tot 25 april is er de unieke expositie "Norbert Ghisoland, Fotograaf 1878-1939" er te zien. Volgens mij, een aanrader.




Bronnen:

Afbeeldingen:

donderdag 7 april 2011

Geen gaatje (een gastronomisch haiku)

                                                                        lente op tafel

                                                                        sla, groen, alles bot, loopt uit

                                                                        ook de eieren


Photobucket


















Afbeelding: Jos van Riswick (internet)

dinsdag 5 april 2011

Overdoen

,,Zou je het nog een keer overdoen’’, vraagt ze hem. Hij kijkt haar aan. Haar donkergroene ogen waar hij ooit in verdronk. De oeverlijn van die zee, vanaf waar steeds dieper geworden beddingen hun weg meanderen over haar huid. Lachrimpeltjes, kraaiepootjes. Ze zijn rimpels geworden die bij de grijze haren horen die haar gezicht omzomen. De haarlijn heeft zich in de jaren iets teruggetrokken, de haren zijn dunner als voorheen.
Het is hier dat hij haar veertig jaar geleden onhandig blozend ten huwelijk heeft gevraagd. Precies hier, waar ze nu zitten, op het stenen muurtje dat het terras van het barretje omzoomt. Het barretje wordt nog steeds door dezelfde familie gerund, maar Giorgio is enkel nog aanwezig in een lijstje dat op een prominent plekje boven de tapkast hangt. Het kleurrijke temperament van de toenmalige eigenaar straalt dwars door het zwartwit van de foto heen, geen grijstint die dat doven kan. Lachend kijkt Giorgio nog steeds vanachter de toog door de immer openstaande deuren naar het strand, de zee. Zijn zee, zoals hij altijd zei, de ogen fonkelend terwijl hij aan de punten van zijn snor draaide. Een bolle buik zorgde voor een flinke golf in de lijnen van zijn onafscheidelijke rood-wit gestreepte polo. Nooit had Herman Giorgio anders gezien, 40 jaar geleden niet en al die andere keren niet als hij en Hanneke nog eens langskwamen, op weg naar of op weg terug van een vakantie. Dat is hier de mode, was het vaste antwoord van Giorgio als iemand een opmerking over zijn kleding maakte.

Het muurtje waar ze op zitten is van hetzelfde wit als veertig jaar geleden. De tijd lijkt hier stil te staan. Op wat kleine veranderingen na is ook de bar nog dezelfde als die van een generatie terug. De houten tafels, wiebelend. De blauwe houten stoelen met de rieten zitting. De grove tegels van het paviment, koel onder je voeten na het warme zand van het strand. Zelfs de zon die in de late middag een zachte gloed  over de haren van Hanneke legt is dezelfde als toen.
Haar donkerbruine lokken waren lang en vielen, met een zwart badstoffen haarbandje bij elkaar gehouden, tot halverwege over haar rug. Een bloemenkind was ze. Haar paarse lange rok die fel afstak tegen het wit van de stenen waarop ze zat. Het witte hemd, nonchalant dichtgeknoopt waaronder haar gebruinde borsten zichtbaar waren.  En een bloemenkind was hij, in zijn witte jeans en het open hangende hemd waarop kleurige bloemen afstaken tegen een pastelgroene achtergrond. Het kost Herman geen moeite het zich te herinneren, de beelden komen als vanzelf. Het moest altijd zo blijven, en dat gebeurde ook.

Een beetje voelt Herman zich nog steeds een bloemenkind, elke keer als hij Hanneke in de ogen kijkt. Haar donkergroene ogen waar hij ooit in verdronk.
Haar vraag is blijven hangen, wordt één met het rustig kabbelen waarmee de diepblauwe zee het goudgele strand begroet. ,,De bruiloft niet’’, antwoord hij. ,,Maar voor de rest, ja, ik zou het stap voor stap zo overdoen.’’
Een fototoestel klikt, precies zoals veertig jaar geleden.



Irina Werning is een Argentijns fotografe. In 2007 werd ze door de organisatie van World Press Photo geselecteerd voor de Joop Swart Masterclass.
In 2010 startte ze haar project “Back to the Future”, waarin ze oude foto’s een tweede leven geeft. ,,Ik ben gek op oude foto’s’’, vertelt Werning op haar website. ,,Ik werd benieuwd hoe de mensen die toen gefotografeerd zijn het zouden vinden om dat ‘shot’ opnieuw na te spelen.’’ Ze benaderde vrienden en kennissen en begon samen met hen een reis terug in de tijd. Een nieuwe foto, precies in dezelfde pose als heel lang geleden, met precies dezelfde kleren, dezelfde achtergrond.
Een origineel idee, dat eenvoudig in de praktijk realiseerbaar lijkt te zijn. Maar niet als je het echt goed wilt doen. Irina Werning noemt zich inmiddels een expert in het afstruinen van rommelmarkten om juist dat kledingstuk of dat voorwerp te vinden dat inmiddels al lang uit de mode is. De juiste lokatie, en vooral het juiste licht. Een immense klus.


Photobucket

Cécille: van 1987 naar 2010.
,,Cécille in haar witte mini t-shirt en met precies dezelfde schoenen. De eerste foto is gemaakt in 1987 op het terrein van haar vader in het zuiden van Frankrijk. Precies daar waar ik 23 jaar later de tweede foto gemaakt heb.’’




Photobucket

Nico: van 1990 naar 2010.
,,Beide foto’s zijn in Frankrijk gemaakt. Maar na twintig jaar diezelfde grijns tevoorschijn halen was allesbehalve simpel. Bovendien was Nico verhuisd en we hebben een woning moeten zoeken met eenzelfde wand als achtergrond.’’


Photobucket

Mechi: van 1990 naar 2010.
,,Het appartement van haar ouders is practisch hetzelfde gebleven. En ook de houding van Mechi, ondanks dat ze gegroeid is... Ik ken haar van mijn periode in Londen en ze was studiegenoot van mijn broer. Ok Mechi is vertrokken uit Engeland om terug te gaan naar Argentinië, precies een jaar na mij.’’


Photobucket

Ian: van 1983 naar 2010.
,,De eerste foto is gemaakt in een fotostudio toen Ian werk zoch als acteur. Nu woont hij in Londen en is grafisch designer.’’


Photobucket

Lulu en Geraldine: van 1980 naar 2010.
,,Twee zussen, een speelgoed-accordeon en een bed: eerst bij hun ouders, nu bij Lulu, gelukkig leek het veel op dat van 30 jaar terug. Het is een foto die we in vijf minuten tijd gemaakt hebben, de meisjes moeten zich de pose goed herrinnerd hebben.’’


Photobucket

Mijn ouders: van 1970 naar 2010.
,,Ze gingen trouwen, een maand nadat de eerste foto was gemaakt. En op de tweede foto bevinden ze zich op precies dezelfde plaats: Caminito, La Boca, Buenos Aires. Toen was het mijn oom die de foto maakte, maar die was 2 meter 15 lang... Daar komt verder bij dat de foto op hetzelfde moment van de dag gemaakt moest worden om hetzelfde licht te hebben.’’



Bronnen (Irina Werning):
- D della Repubblica (onderschriften foto’s).

Foto’s:

vrijdag 1 april 2011

Silvio Berlusconi treedt af

Het is zover: SILVIO BERLUSCONI TREEDT AF als minister-president van de Italiaanse regering. Naar aanleiding van de politieke schermutselingen van de afgelopen dagen (Berlusconi's Partij van de Vrijheid probeerde er een wetsvoorstel door te drukken waardoor hij onberecht zou blijven in het proces Mills, een van de vier rechtzaken die tegen de mediamagnaat B. loopt), werd 's werelds meest besproken regeringsleider op audiëntie geroepen bij Giorgio Napolitano, de Italiaanse president.
Na het onderhoud van een uur werd vanmiddag om vier uur niet meteen een persverklaring gegeven, maar tot ieders verrassing kwam 'Il Giornale', de krant van de familie Berlusconi, op haar website met het grote nieuws onder de kop 'SILVIO LASCIA MA NON MOLLA' ('Silvio vertrekt, maar geeft niet op').

Dit is een bijzondere dag!!! En de vlag gaat hier NU uit!!!


Photobucket

donderdag 31 maart 2011

Een recept: appelmoes (voor lastige en creatieve eters)

Mijn vader is op bezoek geweest. Tien dagen. Als hij op vakantie is bezoekt hij graag monumentale gebouwen. Kastelen dus, kloosters en kerken. Aangezien Bologna vol staat met kerken viel hij met z’n neus in de boter. Ik gidste hem van het ene naar het andere altaar.
Onderweg een drankje en een hapje. Zowel senior als junior houden daarvan. Dat was vroeger anders. Mijn vader weet te pas en te ompas wel een meer of minder welkome oude koe uit de sloot te trekken en herinnerde me er ook nu weer aan.
Een ‘lastige’ eter, zo noemden mijn ouders me gedurende de tijd dat ik bij hen onder de dakpannen vertoefde. Ook wel eens een ‘vieze’ eter. Dit laatste vooral als ik in de weer was met de sla, die ik enkel en alleen tot mij wenste te nemen als de bladeren dreven in een bad van slasaus. Tegenwoordig noemen ze dat waarschijnlijk dressing, maar toen was het nog gewoon slasaus. Dat werd gekocht bij de Prijsslag, de eerste echte supermarkt in Axel die gevestigd was in het voormalige theater, annex bioscoop, annex sportpaleis. De Prijsslag bestaat al lang niet meer, en evenmin ben ik nog een ‘vieze’ eter.
Ik weet niet wat je als ouders beter aan kinderen aan tafel kunt hebben, vieze eters of lastige eters. De lastige eter zegt overal nee tegen, behalve tegen dat ene. Appelmoes. Wie is er niet groot mee geworden? Ik wel. Uit van die grote blikken, die ook al van de Prijsslag kwamen. Als ik zeg dat ik er tijdens mijn jeugd honderden kilo’s van naar binnen heb gewerkt overdrijf ik niet.

Afgezien van een lastige en een vieze eter was ik ook een creatief eter. Prakkend creëerde ik namelijk van appelmoes, aardappelen en vette jus een prachtig egale pap die ik in een perfecte cirkel tot aan de rand over mijn bord verspreidde. Met mijn vork maakte ik er vervolgens lijnen in, en zo kreeg eten iets van design. Ik had als kleine jongen natuurlijk mijn autootjes-periode. Met elke hap verschenen de contouren van een embleem op mijn bord. Het wit van het bord stak af tegen het lichtbruine mengsel van de ingrediënten die ik als basis op het keramische doek had aangebracht.
PhotobucketKleine jongetjes worden echter groot, en ook hun interesses veranderen. En zo veranderde na verloop van tijd het Mercedes-embleem in het vredesteken. Een blijver, zowel op mijn bord als in het algemeen. Het vredesteken werd jaren daarvoor (in 1958) ontworpen door Gerald Holtom. Het was aanvankelijk het symbool van de Britse Campaign for Nuclear Disarment en de lijnen volgen de letters N en D zoals ze in het semafooralfabet voorgesteld worden. Een symbool tegen de kernwapens dus, een onderwerp dat dicht genoeg bij de vredesbewegingen over de hele wereld lag om binnen enkele jaren ook het symbool voor de vrede te worden. Nog steeds aktueel, net als appelmoes.






In Italië kennen ze geen appelmoes. Dacht ik. Een tijdje geleden kwam Lief echter thuis met een kuipje ‘purè di mele’ en, verdraaid, het was appelmoes. Honderd gram, voor de lieve prijs van anderhalve euro. Ik besloot er niet meteen iets van te zeggen, maar de volgende dag kocht ik voor dezelfde prijs een hele kilo appelen. Het oude kookboek erbij (het Wannée kookboek, de negentiende geheel herziene druk uit 1981) dat me op bladzijde 275 een heel eenvoudig recept oplepelde. Lief at die avond ECHTE appelmoes, en natuurlijk vond ze het veel lekkerder.

Photobucket

Wat je nodig hebt:
- 1 kilo appelen (het recept spreekt van moesappelen. Geen idee of Golden Delicious ook moesappelen zijn, maar die doen het uitstekend), geschild, in vier stukken gesneden en ontdaan van het klokhuis.
- De schil van een halve citroen (volgens Wannée is slechts een stukje citroenschil al voldoende).

Breng de appel met zo weinig mogelijk water en de schil van een halve citroen aan de kook. Laat ze tien  minuten op een laag vuur doorpruttelen. Oppassen dat het water niet overkookt, want daarna het plakkerige fornuis schoonmaken is geen prettige bezigheid.
Daarna giet je de appels af (ik gooi ze altijd even in een vergiet) en verwijder je de citroenschil. Vervolgens gaan de appels terug in de pan, de miniprimer gaat er even op en in een handomdraai is de appelmoes klaar. Voor zoetekouwen kun je er nog 75 gram suiker doormengen (zo verkiest Wannée, ook een zoetmondje dus), maar zonder is lekkerder.

Smul, warm of koud.


Photobucket

maandag 21 maart 2011

donderdag 10 maart 2011

De kaart en het landschap (3)

Photobucket

Het landschap neemt een belangrijke plaats in in de kunst. Vanaf het moment dat de mens schildert, schildert hij landschappen, ongeacht de kunststroming, ongeacht de periode.
In Pompeï zijn fresco's met landschapstaferelen gevonden, Jacob van Ruisdael schilderde ze in de zeventiende eeuw, heel realistisch. Paul Klee gaf het driehonderd jaar later weer heel anders weer.




Photobucket


Zodra een landschap in kaart is gebracht of op een doek is vastgelegd zet de vergankelijkheid van het werk zich in beweging. Een topografische kaart is al snel niet meer aktueel, vooral als ze erg gedetailleerd is. En een schilderij van een landschap blijft plakken op die mooie voorjaarsdag, de boterbloemen geel tussen het frisgroene gras in de wei. En het landschap evolueert ondertussen verder zoals natuur of mens dat het beste uitkomt.
Het beeld is vergankelijk, maar ook het materiaal. Ga maar eens drie weken op vakantie en kijk wat er na een redelijk intensief gebruik van je landkaart is overgebleven. Een kunstwerk ondergaat hetzelfde verval, ook al gaat dat doorgaans een stuk langzamer. Maar de kleuren van een Van Gogh bijvoorbeeld, het is niet te voorkomen dat ze met de tijd fletser worden. Er zijn ongetwijfeld een heleboel manieren om dat proces te vertragen, tegen te gaan, maar eens komt de dag dat het origineel schuil gaat onder een laag van later aangebrachte penseelstreken. En we kijken niet meer naar een Van Gogh, maar naar de voorstelling van een Van Gogh.

Er zijn kunstenaars die die vergankelijkheid gemakkelijk accepteren. Sterker nog, ze benutten de vergankelijkheid als een op zichzelf staand element van het kunstwerk.
Ik herinner me een 8mm.-film (ik ben helaas de naam van de kunstenaar vergeten) in het museum voor moderne kunst MART in Rovereto. Een stilleven: het doosje van de laatste 8 mm.-film. Op de projector: die laatste 8 mm.-film waarmee het doosje vastgelegd was. Door het continu afdraaien van de film, dag in, dag uit, verloor de film steeds meer van zijn scherpte. Ik denk dat ik de film zo'n acht jaar geleden heb gezien, toen al vaag, dus je kunt je voorstellen hoeveel er vandaag van over is. Het idee erachter vind ik magisch: je vertrouwt iets toe aan een materiaal waarvan je weet dat het binnen een bepaalde tijd verdwenen zal zijn.
Hetzelfde principe wordt eigenlijk gehanteerd door de graffiti-artiesten. Kunst die dikwijls verdwijnt voordat de verf goed en wel is opgedroogd. De echte graffitisten weten dat, en willen niet anders. ,,Het zou een schande zijn als street-art in een museum zou eindigen'', stelt Bansky, een van de bekendste en meest mysterieuze meesters op dit gebied.

PhotobucketJim Denevan gaat nog een stukje verder. Hij gebruikt de natuur zelf als doek voor zijn werken. Abstracte werken, veelal combinaties van cirkels, die een 'levensduur' hebben van enige uren, dagen, hooguit maanden.
Denevan begon met zijn tekeningen in de jaren '90. Zijn moeder leed aan Alzheimer en om aan de drukkende sfeer in huis te ontsnappen zocht de Amerikaan soms urenlang een vluchtplaats op het strand, tekende zijn figuren in het zand met de zekerheid dat die verdwenen zouden zijn als hij de dag erna terug zou komen. Het was een soort van therapie voor hem: ,,Het creatieve proces hield me op een andere manier bezig en ik voelde me er beter door. En als op het eind de golven bij hoog water alles uitwisten bleef er een gevoel van opluchting over.''
Na de dood van zijn moeder  ging Denevan verder met zijn landschapstekeningen. Zijn projecten bekostigde hij tot een tijdje geleden altijd zelf, ook al werden ze steeds groter en groter. In de Nevada woestijn schiep hij in mei 2009 het grootste kunstwerk ooit gemaakt. Ruim 1000 cirkels die alles bij elkaar een doorsnede van 15 kilometer hadden. Voor dergelijke grote werken gebruikt hij een gps om perfect ronde cirkels op zijn 'doek' te krijgen. Maar over het algemeen werkt hij heel eenvoudig uit de vrije hand. ,,Ik heb er inmiddels enige ervaring in'', zegt hij zelf.
 

Photobucket


Het kostte hem 15 dagen om het Nevada-project te realiseren. Een paar dagen later begon het te regenen, twee weken later was er bijna niets meer van te zien. Dat hoort erbij. ,,Mijn tekeningen liggen wat dat betreft dichter bij dingen zoals muziek of dans'', zegt hij. ,,Ze bestaan in een preciese tijd, in een preciese ruimte, wat ze op één lijn brengt met de levende wezens. We zijn allemaal voorbestemd om weg te glijden, wat vage sporen achterlatend maar ook die verdwijnen na verloop van tijd.''

Kunst, vergankelijk zoals het leven zelf. Abstract, realistisch, het is maar hoe je het wilt noemen.


Photobucket

Photobucket




Afbeeldingen: internet.
Bronnen: - Il venerdì di Repubblica.

maandag 7 maart 2011

1.000.000 vrouwen

Wie met het vliegtuig in Italië aankomt loopt een redelijke kans net buiten de aankomsthal al geconfronteerd te worden met een verdiepingenhoge reclamezuil waarop een jongedame zo verleidelijk mogelijk haar nieuwe lingerie toont.
Wie televisie kijkt in Italië loopt een grote kans geconfronteerd te worden met een reclame-interval. In dat raclameblok is de kans redelijk groot dat een schaars geklede jongedame voorbijkomt om het laatste nieuwe abonnement van een telefoon-provider aan te bevelen, of een koelkast, of een afwasmiddel.
Wie in Italië over politiek praat heeft een redelijk grote kans dat het gesprek op Berlusconi uitdraait en niet op politiek. Wie over Berlusconi praat heeft een redelijk grote kans het over zijn innige rapporten met jongedames te hebben, al dan niet tijdens zijn boenga-boenga-feesten.

Dit is het beeld wat het buitenland uit Italië voorgeschoteld krijgt. Mooie vrouwen, die zichzelf graag laten zien, die zich maar al te graag voor het leven lang zeker willen stellen door met een stinkend rijke ouwe man aan te pappen.
Het is een verkeerd beeld, en eindelijk - EINDELIJK!!! - heeft die enorme meerderheid van vrouwen die niet aan dit beeld voldoet (die niet aan dit beeld WIL voldoen) zich laten horen. Onder het motto "Se non ora, quando" ("Als het niet nu is, wanneer dan wel") zijn ze op zondag 13 februari de straat op gegaan. Alleen, de man thuis latend met de kinderen. Of met de partner, die deze keer niet vooraan mocht staan maar de vrouw voor liet gaan zoals het hoort. Op 120 plaatsen in Italië (en in het buitenland) waren bijeenkomsten georganiseerd, en ze kwamen hun huizen uit, de vrouwen. Ze lieten hun stem horen. "Dit pikken we niet langer. We vragen maar één ding, en dat is respect." En ze waren met velen, de vrouwen, veel meer dan verwacht. Ze waren met één miljoen.



Het was geen politieke demonstratie. Nee, het was een gebaar. Een gebaar waarmee heel simpel duidelijk gemaakt werd dat de vrouwen in Italië in hun waarde gelaten willen worden.
Desondanks liet een reaktie van de regeringspartijen niet lang op zich wachten. Natuurlijk was het een puur politieke demonstratie, enkel en alleen tegen Silvio Berlusconi gericht.

Hoe was dat spreekwoord ook alweer? Wie de schoen past....
En natuurlijk waren er geen miljoen mensen op de been. ,,Hoogstens een handvol radical chique'', noemde minister Mariastella Gelmini ze. Mariastella Gelmini, minister van onderwijs.




Na het succes op 13 februari is "se non ora quando" een blijvertje geworden, of liever, een blijverd.

Vandaag, 8 maart, is het wereldvrouwendag en worden er op een 50-tal plaatsen weer evenementen georganiseerd. Niet zo groots als op een maand geleden, maar genoeg om duidelijk te maken dat ze de vinger aan de pols houden.
Ze hebben alle vrouwen van Italië opgeroepen om middels een roze strik duidelijk te maken dat ze er zijn. Een stil, maar duidelijk gebaar, een strik om een lantaarnpaal, om een boom, bij de bushalte, op het hek van de school of de peuterspeelzaal. Een gebaar waarmee ze zeggen dat ze er zijn, en dat ze respect verdienen.

 

 

Voorafgaande aan de grote demonstratie van 13 februari riep het dagblad 'La Repubblica' haar vrouwelijke lezers op middels een foto duidelijk te maken dat ze het genoeg vonden. Zo'n 2500 foto's kwamen bij de redactie binnen.
"Adesso basta", nu is het genoeg. Hieronder 100 van de ingezonden foto's.



Foto's Rome: Se non ora quando.
Foto's 100 vrouwen: La Repubblica.

zondag 6 maart 2011

De kaart en het landschap (2)

Photobucket

Toen ik nog in Trento woonde was ik een regelmatig bezoeker van het MART, het museum voor moderne kunst in Rovereto. Hele mooie thema-tentoonstellingen organiseren ze daar altijd, maar ook de permanente collectie is niet mis.
Tijdens één van m'n dwaaltochten door het museum kwam ik in 2005 of 2006 op de benedenste verdieping terecht waar het archief is gevestigd. En daar hing een werk van Emilio Isgrò, 'Carta geografica cancellata, 1970'. Een landkaart waarop alle beschrijvingen met zwart doorgestreept waren. Het effect is heel bijzonder. Alles wat door mensenhanden gecreëerd is en waar een naam aan gegeven is wordt anoniem. Steden, wegen, rivieren, alles krijgt een andere betekenis. Of beter, verliest de betekenis die wij er middels een naam aan hebben gegeven. De landkaart, het landschap, ze krijgen een totaal andere verhouding. De mensen spelen er een rol in, maar die rol lijkt van het ene op het andere moment veel minder overheersend te worden.



PhotobucketEmilio Isgrò werd in 1937 geboren in Barcellona Pozzo di Gotto op Sicilië. In 1956 verliet hij het eiland en ging in Milaan wonen. In hetzelfde jaar publiceerde hij zijn eerste gedichtenbundel, 'Fiere del Sud'. Isgrò was in de eerste plaats schrijver en dichter.
Pas in 1964 deed hij zijn intrede in de wereld van de moderne kunst. Zijn werken kregen de naam 'Le Cancellature', complete boeken en encyclopediën waarin hij elk woord met een dikke zwarte streep doorgehaald had. Hij werd daarmee in Italië een van de gangmakers achter de 'visuele poëzie' en de conceptuele kunst, waarin het idee achter een kunstwerk belangrijker wordt geacht als de esthetische afwegingen.
Na de geannuleerde boeken volgden dus geannuleerde geografische kaarten. Isgrò heeft zelfs op het punt gestaan zijn 'cancellature' door te trekken naar het 'witte' doek met een film die 'La jena più ne ha e più ne vuole' (de hyena, hoe meer hij heeft hoe meer hij wil) geheten zou moeten hebben en waarin zwarte opnamen slechts een aantal seconden onderbroken zouden worden door waarneembare beelden. De eerste opnamedag stond gepland op 12 december 1969, maar de bomaanslag op Piazza Fontana in Milaan (een actie van extreem rechtse terroristen, waarbij 17 doden vielen), die precies op die dag werd gepleegd werd, werd door de kunstenaar gezien als de annulering van zijn project en de opnames werden nooit meer gemaakt.





Aangezien ik geen Isgrò kon en kan betalen besloot ik zelf een aantal landkaarten te cancellen. De landkaarten vond ik gemakkelijk bij de drukkerij waar ik werkte en na een paar dagen had ik er drie klaar die in mijn kantoor kwamen te hangen.


Photobucket
Een detail van mijn 'cancellatura'


De vroege werken van Jed Martin, de hoofdpersoon in Michel Houellebecq's 'De kaart en het landschap', deden me onbewust aan de 'cancellature' van Emilio Isgrò denken, en aan de mijne. De hoofdpersoon uit de roman fotografeerde heel gedetailleerd de kaarten, ik annulleerde ze heel gedetailleerd. Het leuke toeval wil dat zowel Martin als ik met de topografische kaarten van Michelin aan de slag zijn gegaan. Hij omdat de kwaliteit ervan zo bijzonder was, ik omdat ik bij de drukkerij werkte die de kwaliteit ervan juist zo bijzonder maakte.
Gek te bedenken dat Houellebecq zijn roman heeft geschreven met waarschijnlijk een aantal Michelin-kaarten bij de hand. Diezelfde Michelin-kaarten waarvoor ik het transport vanuit Italië naar Frankrijk heb georganiseerd.
Het is een kleine wereld.



Afbeelding 1: Teknemedia
Afbeelding 2: Artemisiaweb

deel 1deel 2Photobucket


Wordt vervolgd.

vrijdag 4 maart 2011

De kaart en het landschap (1)

Photobucket

Michel Houellebecq schijnt een echt mannelijke schrijftaal te hebben. Althans als ik op de reakties afga van enige fervente boekenverslindsters die ik ken. Geen van allen schijnt de romans van de Fransman graag te lezen. Integendeel. Verschrikkelijk vinden ze hem.
Wellicht hebben ze gelijk en is Houellebecq een puur mannenschrijver. Zijn taalgebruik, de problemen waarmee de mannelijke hoofdrolspelers in zijn boeken worstelen. Ze lijden vrijwel zonder uitzondering aan een onzekerheid die ons, mannen, eigen is. We hebben het gevoel te moeten presteren, en als dat niet precies gaat zoals we dat in onze koppen hebben gestoken, dan zijn we niet compleet. We zijn derhalve constant op zoek naar erkenning, een teken dat we het goed doen, een teken dat we goed zijn. Zo zet Houellebecq zijn mannen neer. Die zoektocht en het complete verdwalen als ze die erkenning niet vinden zijn de rode draden die door vrijwel al zijn romans lopen.

PhotobucketIn 'De kaart en het landschap' deinst l'enfant terrible van de Franse hedendaagse literatuur (hij heeft de naam erg zelfingenomen te zijn, racist, sexist) er niet voor terug om zichzelf in die rol te plaatsen. Houllebecq is een ietwat wereldvreemde maar uiterst succesvolle schrijver en zijn leven wordt beheerst door depressies die hem tot in de donkerste schaduwen van zijn teruggetrokken bestaan leiden. Het verzoek dat hij krijgt om een voorwoord te schrijven in de catalogus van een beroemde kunstenaar wordt pas na de nodige twijfels geaccepteerd en natuurlijk is hij te laat met het aanleveren van de tekst omdat hij geen woord op papier krijgt. Houellebecq's (de schrijver) ijdelheid is groot genoeg om de Houellebecq in de roman uiteindelijk een stuk te laten schrijven dat klinkt als een klok en dat duidelijk maakt dat hij als geen ander aanvoelt wat er in de kunstenaar omgaat.
De kunstenaar in kwestie heet Jed Martin, die zijn entree maakt op het hoogste platform van de hedendaagse kunst met een fotoserie over de landkaarten van Michelin. Zijn details doen de topografische afdrukken als het ware tot leven komen, zetten de kaarten om in een reëel landschap. Martin wordt ontdekt door Olga, een liefdesrelatie volgt en eindigt als Olga voor haar carrière kiest. De berekende vrouwspersoon uit veel van Houellebecq's romans, rationeel, veel minder gedreven door emoties dan de partner.
Jed Martin's carrière als kunstenaar heeft veel van de opkomst en de ondergang van de mensheid. Het naar zijn hand zetten van een landschap in zijn 'Michelin-periode'. De mens als middelpunt van de samenleving in de periode dat hij schildert omdat het hem niet meer lukt een landschap te fotograferen zodra er een menselijke persoon in opduikt. En als laatste de minutieus beschreven videobewerkingen waarin de sporen van elke menselijke aanwezigheid verdwijnen en de natuur zijn verloren plaats terug inneemt. Michel Houellebecq is op dat moment al van het toneel verdwenen nadat hij op een gruwelijke wijze is vermoord. De roman neemt op dat moment een komplete wending en het lijkt of de lezer regelrecht in een aflevering van CSI terecht gekomen is.

'De kaart en het landschap' gaat over liefde, kunst, roem, de dood en het al dan niet kunnen accepteren daarvan. Wat vooral in dikke druppels tussen de regels doorsijpelt is een gevoel van vergankelijkheid. Vergankelijkheid van de liefde, van de kunst, van de roem. Vergankelijkheid van het leven.




Michel Houellebecq ontving voor 'La carte et le territorie' de Prix Goncourt, een van de belangrijkste Franse literatuurprijzen. Dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad, omdat de kunstwereld en het Franse platteland heel kritisch door hem worden afgeschilderd. Bovendien zou hij komplete delen van zijn gedetailleerde beschrijvingen rechtstreeks van Wikipedia hebben overgenomen.
In de loop van 2011 komt de roman in het Nederlands uit.


Afbeeldingen: internet
Wordt vervolgd.

deel 1deel 2Photobucket