maandag 21 februari 2011

Ave Maria

De economische crisis treft ook Italië. De regering heeft een tijdlang vol willen houden dat het niet zo was, om daarna een tijdlang vol te willen houden dat hij al voorbij was, om daarna een tijdlang vol te willen houden dat het bijna voorbij is. In dat laatste stadium zitten we nu.
De crisis spaart maar weinigen. Zelfs de 'piccole suore dei poveri', de Kleine Zusters van de Armen, gaan eronder gebukt. Aan de ingang van de supermarkt deelt een nonnetje gele briefjes uit met een lijstje met waren waaraan ze gebrek hebben. Vlees, kaas, wc-papier, suiker, pasta. De alledaagse dingen dus. Het had mijn eigen boodschappenlijstje kunnen zijn. Het nonnetje is klein, komt nauwelijks tot aan mijn borst. ,,God zegene U'', zegt ze als ik het briefje van haar aanneem. Aangezien ik niet gelovig ben neem ik haar woorden als een persoonlijk blijk van naastenliefde aan.

Als God bestaat, wat doen zijn onderdanen dan bedelend aan de ingang van een supermarkt? Ik loop de eerste gangen van de supermarkt door. Brood, groente, fruit, kaas. Ik kan niet bezig blijven met een euro te geven aan een straatmuzikant, weer een euro voor een arme ziel met maar één been aan het begin van een winkelstraat in Bologna, nog eens een euro voor... Nee, ik kan ze zelf op het ogenblik ook hard genoeg gebruiken.
Melk gaat in de mand, één liter of toch maar twee. Langs de vleeswaren. De bocht om. De suiker is in de aanbieding. Ondertussen knagen de kleine zusters aan mijn geweten. De contouren van een oud, vervallen klooster worden steeds duidelijker.
Eerst maar even de zware dingen. Anderhalve liter sinas. Een paar blikken voor de honden. Spul voor de was? Nee, dat hebben we nog. Geloof ik. Het moet toch wel erg zijn als je als non moet gaan lopen schooien. Wie weet hoe ze erbij zitten, met deze kou. 's Avonds waarschijnlijk met z'n allen in één ruimte, in de keuken, omdat het daar wellicht het warmst is. De bijbel lezen, bij kaarslicht.
Bonen, erwten, tomatensaus. Een reep chocolade voor de lekkere trek. Dan kan ik net zo goed ook een pak koekjes meenemen. Vanmiddag hebben ze natuurlijk niks gegeten, die nonnen. Want ze staan natuurlijk in meer supermarkten. En wie weet vanavond. Misschien wat brood, van een dag oud. Doppend in de magere jus van een speklapje. Wat een misère.
Ik draai me om en loop terug naar de suiker. En ik doe er ook nog een doosje thee bij. Arme zielen.

Als ik betaald heb geef ik de thee en suiker aan een tweede nonnetje dat in het grijs bij een voor een kwart gevuld winkelwagentje op een bankje zit. Ze is nog kleiner als de eerste. Ik vraag me af of ze daar in hun orde op geselecteerd worden.
Ze bedankt me hartelijk en wijst op mijn boodschappentas. "Calzedonia" staat er op de veel- en felgkleurde zijkant. ,,Ik dacht even Caledonia te lezen'', zegt ze glimlachend. ,,Ik vond het al zo gek. Want daar kom ik vandaan, weet U, uit Caledonia. Schotland.''
Ze heeft absoluut niks van een accent, en ik maak een complimentje voor haar Italiaans. ,,O, maar ik woon al zo lang in Italië'', antwoordt ze. ,,Soms vergeet ik zelfs het Engels. De Italiaanse, zo noemen ze me in de familie. Als ik de telefoon opneem en "pronto" zeg en het is mijn zuster, dan vraagt ze of ze met de Italiaanse spreekt.'' Ze lacht, het is een vrolijke non. Een vrolijke non die graag een praatje maakt. Als ik haar vertel dat ik uit Nederland kom en soms ook wel eens naar mijn woorden moet zoeken knik ze begrijpend. Ze is benieuwd hoe het Nederlands is. ,,Weet U, ik ken het Ave Maria in dertig talen, inclusief het Arabisch en het Hebreeuws. Maar ik ken het niet in het Nederlands.''
Ik ook niet, moet ik haar bekennen.

 


Voor de oorsprong van de orde van de Kleine Zusters van de Armen moeten we terug tot 1839, toen Jeanne Jugan in haar eenvoudige woning in Saint-Servan-sur-Mer onderdak bood aan een eenzame, blinde bejaarde vrouw. Samen met een medewerkster besloot Jugan meer bejaarden een helpende hand te bieden. Dankzij de hulp van nog twee medewerksters kon in 1840 al van een hechte, stabiele congrgatie gesproken worden.
Jeanne Jugan, die leefde van 1792 tot 1879, werd op 11 oktober 2009 heilig verklaard.
De Kleine Zusters van de Armen zijn thans in 30 landen actief, nog steeds mat het geestelijk en materieel bijstaan van arme bejaarden. Ze zijn niet in Nedeland vertegenwoordigd, maar wel in België, waar ze de Zusterkens der Armen genoemd worden.

8 opmerkingen:

  1. Ik kende deze orde niet. Denk dat zulke kloosterlingen toch aan het uitsterven zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. heb er wel van gehoord
    dat dwergachtige is natuurlijk door botinkrimping
    en verder zullen de oude generaties in italie ook niet erg lang zijn geweest
    hoewel dit vrouwtje uit schotland schijnt te komen

    weet je wat zo leuk is aan dit verhaal,
    het mooie contact wat dank zij een paar levensmiddelen zomaar ontstaat

    vroeger had ik dat ook met zwervers in groningen stad, die zijn vaak goed van de tongriem gesneden en kunnen prachtig vertellen

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Als God bestaat, wat doen zijn onderdanen dan bedelend aan de ingang van een supermarkt?

    precies wat er gebeurde ron, het kreeg een kans, en jij deed een der werken van barmhartigheid.
    in thailand is het overigens gebruikelijk dat de monniken de dag beginnen met een ronde met de bedelnap.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Antoinette.
    Jawel!

    @Zelfstandig journalist.
    Ik verwacht het ook, Johan. Ergens best wel jammer.

    @hart en ziel.
    Inderdaad. Het is fijn iemand te ontmoeten met een bepaalde mening, geloof, die jou niet veroordeeld om je andere mening, je andere geloof of juist het gemis daaraan. In zijn kleinheid was het best een bijzondere ontmoeting.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @lebonton.
    Moeilijk punt, Ton. Ik zou hetzelfde doen als hij niet bestond/bestaat. Ik ben overigens blij niet in Thailand te wonen: ik zou zelf ook binnen de kortste keren een ronde met de bedelnap moeten maken.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Een mooi verhaal, Ron.
    Grappig om te ontdekken dat jij tijdens je supermarktronde, door je geweten wordt geplaagd. Gij barmhartige ziel die uiteindelijk toch iets voor de nonnekes mee neemt. En ziet, er ontstaat iets moois en bijzonders!
    Was het maar vaker zo, dat mensen elkaar in hun waarde kunnen laten - gelovig of niet gelovig.

    Met veel plezier gelezen.
    By the way: Ik ken het Ave Maria van diverse compisten. Die trouwens allemaal in het Latijn zijn geschreven. Een ruwe vertaling is zo te googelen.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @Arda.
    Ik ben ondertussen ook aan het googelen geweest. ;-)
    Mensen die elkaar in hun waarde laten, ooit was het vrij normaal maar het wordt steeds meer bijzonder. Zo'n ontmoeting doet je in ieder geval goed.

    BeantwoordenVerwijderen