zondag 28 oktober 2012

Die Lorelei

Photobucket


Hoe zou het met Herr Von der Stamm zijn, vraag ik me af. Herr Von der Stamm heette gewoon meneer Van der Stam, maar aangezien hij leraar Duits was noemde eigenlijk iedereen hem Von der Stamm. Ik weet niet eens of je het een bijnaam zou kunnen noemen. Ik had hem in VWO4.
Ik zou niet kunnen zeggen of zijn manier van les geven de beste was, maar hij genoot zichtbaar als bleek dat je je best had gedaan. Ook al bakte je er niks van. Mit, nach, nebst, bei, seit, von... Herr Von der Stamm hield van rijtjes. Het werd er ingestampt. Het gevolg is dat ik de rijtjes nog ken, maar dat ik daarna de weg een beetje kwijt ben geraakt. Eentje had er de derde naamval achter, een ander rijtje (durch, für, ohne...) de vierde. Maar ik herinner me niet goed wat of hoe die naamvallen waren. En doe de dingen in het Duits dus een beetje op het gevoel.
Een ander vast wekelijks onderdeel was de voordracht. Een tekst, een gedicht. Het gaf niet wat het was, als het maar Duits was en uit het hoofd voorgedragen werd. Voorgedragen, voor de klas dus. Ik weet niet meer wie de eerste van het jaar was maar wel dat het gedicht 'Die Lorelei' heette, dat het lekker klonk, niet moeilijk en dat Herr Von der Stamm zeer tevreden was met de keuze. De tweede die aan de beurt was droeg dus een week later heel origineel ook 'Die Lorelei' voor. Onze leraar zat eraan vast want in de voordrachtsregels stond nergens geschreven dat het voorgedragene nieuw moest zijn.
Buiten verloren de eerste bomen hun eerste bladeren en in onze klas klonk het trieste verhaal van de zoveelste schipper die zijn schip op de klippen stuurde van een enorme kei in een bocht van de Rijn. De sneeuw hoopte zich op aan de andere kant van de schoolramen, maar aan deze kant kamde een nimf haar gouden haren met een gouden kam en snorden de radiatoren genoegelijk. Buiten botten de knoppen, kondigden versgroene sprieten het voorjaar aan terwijl binnen de zoveelste versie van Heinrich Heine's meesterwerk werd herkauwd. De Duitse dichter moet zich op dat moment de zoveelste keer in zijn graf hebben omgedraaid.


Als je al een tijdje in het buitenland woont verlies je veel mensen uit het oog. De grote namen zijn groot nieuws, dus halen de krant, ook in digitale vorm. Maar kleine namen, leraren, klasgenoten, collega's. Ze vervagen met de tijd, maar op een gegeven moment komen ze aan de oppervlakte drijven. Hoe zou het met Herr Von der Stamm zijn, denk je dan.

Ich weiß nicht, was soll es bedeuten,
Daß ich so traurig bin,
Ein Märchen aus uralten Zeiten,
Das kommt mir nicht aus dem Sinn.
Die Luft ist kühl und es dunkelt,
Und ruhig fließt der Rhein;
Der Gipfel des Berges funkelt,
Im Abendsonnenschein.

Die schönste Jungfrau sitzet
Dort oben wunderbar,
Ihr gold'nes Geschmeide blitzet,
Sie kämmt ihr goldenes Haar,
Sie kämmt es mit goldenem Kamme,
Und singt ein Lied dabei;
Das hat eine wundersame,
Gewalt'ge Melodei.

Den Schiffer im kleinen Schiffe,
Ergreift es mit wildem Weh;
Er schaut nicht die Felsenriffe,
Er schaut nur hinauf in die Höh'.
Ich glaube, die Wellen verschlingen
Am Ende Schiffer und Kahn,
Und das hat mit ihrem Singen,
Die Loreley getan.

Ik ken het nog steeds, woord voor woord.



vrijdag 21 september 2012

Tien voor zeven

Aan de overkant van de straat is de krantenboer al open. Ik zie door de openstaande deur hoe hij voorover gebogen over de toonbank, met de bril op de punt van de neus, de paklijst nakijkt, kranten en tijdschriften telt en vervolgens elke regel afvinkt.
Ook de bakker is al open. Een blonde tiener komt naar buiten, ‘brioce’ tussen de inmiddels plakkerige vingers, en steekt de straat over. Ze gaat naar school, de tweede dag na een lange lange zomervakantie. Ze moet dezelfde bus hebben als ik, is ook vandaag op tijd, maar weet nu al dat dat in de loop van het schooljaar steeds moeilijker zal worden.
Ik kijk even op vanachter de opengeslagen bladzijden van mijn ‘Corriere della Sera’. Het waait over het algemeen niet veel in Italië en dus kun je gemakkelijk de krant lezen terwijl je op de bus staat te wachten. Het silhouet van een vliegtuig komt tevoorschijn vanachter de kerktoren en begint aan een flauwe bocht naar rechts. Het vliegveld is dichtbij, en ik weet inmiddels dat een flauwe bocht naar rechts richting Nederland betekent. Of nog iets verder noord.
Het is tien voor zeven. Schapenwolkjes aan de hemel. Ze hebben regen voorspeld voor vandaag. Het rolluik van de sigarettenboer gaat met veel lawaai omhoog. Vanaf de andere kant komt de bus eraan.