dinsdag 29 januari 2013

Hemels

Stefania werkt hard, maar dat maakt op zich van niemand een mooi mens, ook van Stefania niet.
Stefania wil graag weten dat ze hard werkt, en nog liever wil ze dat de anderen het weten. Vooral de bazen. Ze laat weinig gelegenheden onbenut om over haar werklust, en vooral het gebrek daaraan bij haar collega’s, uit te wijden zodra ze denkt dat er zich directie-oren binnen gehoorafstand bevinden. Dat brengt me persoonlijk tot de conclusie dat de innerlijke mens Stefania niet uitblinkt in schoonheid. Integendeel.
En wat Stafania’s uiterlijke schoonheid betreft, tja. Er lopen in de wereld een boel krengen rond die hun gebrek aan aangename karaktertrekken in evenwicht weten te brengen met een overschot aan fysieke pluspunten. Hoopjes stront op lange, hooggehakte benen, waar altijd en immer een meute in glimlach verpakte mannelijke hormonen als strontvliegen omheen zwermen. Maar ook in die categorie zou ik Stefania niet willen plaatsen. Maar omdat ook dat een louter persoonlijke smaak is, is het misschien beter om eenvoudig samen te vatten dat Stefania niet mijn tiep is.


Voor ouders maakt dat allemaal niet uit. Of hun kind nu mooi of lelijk is, voor hen blijft het in de eerste plaats altijd hun kind, en in de tweede plaats het mooiste kind van de hele wereld. En ook nog eens het meest intelligente en liefste kind van de wereld. Daar zijn geen moordpartijen of volksverlakkerijpraktijken tegen opgewassen. Ik heb de moeder van een Italiaanse president (ik zal de naam hier niet noemen) horen zeggen dat haar zoon in de eerste plaats aan het welzijn van de gewone man dacht, en ook dat hij zich nooit door hordes vrouwen zou laten omringen, familieman als hij was. Ik heb de moeder van man, die zijn vrouw in stukken had gesneden had nadat hij haar met een 60-tal messteken naar de andere wereld had geholpen, horen zeggen dat het toch een hele aardige, rustige jongen was. Ik bedoel maar.

Stefania’s ouders komen de sleutels ophalen van haar Peugeootje, want dat moet naar de keuring. In de middagpauze, net als je aan het eten bent. De moeder is een te geblondeerd, te opgemaakt, te geparfumeerd, te in bont verpakt slagschip, dat met veel moeite een afgemeten ‘dag’ over haar rood gelakte lippen krijgt. In de mondhoeken vertoont de dikke laag lippenstift kleine barstjes. De dikke kuiten gaan op de een of andere manier over in griezelig hoge hakken, die op hun beurt verdwijnen in een wolk van parfum, dermate penetrant dat de worteltjes op m’n bord er krom van trekken.
Stefania’s vader is wat minder nadrukkelijk aanwezig. Zijn ‘buongiorno’ is vriendelijk, zijn ‘buon appetito’ is nutteloos nadat de door zijn echtgenote verspreide walm over de eetwaar is getrokken. Zijn blik is hemels, iedere keer als hij naar zijn dochter kijkt. Elk woord van Stefania wordt genoten, als Gods woord door een ouderling.
Ze blijven maar even. Jammer.

Stefania lijkt met haar gymschoenen en spijkerbroek weinig op haar moeder. Ze heeft meer van haar vader. Dat van haar moeder zeg ik maar niet, maar dat ze op haar vader lijkt, dat wel. ,,Afgezien van die snor dan.’’
,,Maar m’n vader heeft helemaal geen snor’’, werpt Stefania tegen.
Ik glimlach vriendelijk naar haar, voor het eerst die dag.