vrijdag 21 maart 2014

Het ei (dat je eet bij 't ontbijt)




De klok aan de muur tikt zwaar en moeizaam. De wijzers verzetten de tijd, traag en kreunend, alsof ze de tijd in de hele wereld voort moeten duwen. Maar alleen hier, binnen deze vier muren, vergaat de tijd. Het bloemetjesbehang is dof, tulpen en margrieten hebben hun glans verloren. Zwart-wit foto’s van lang vervlogen tijden in plastic lijstjes met een eikenhouten motiefje aan iets te grote spijkers aan de muren. Een laagje grijs maakt duidelijk dat hier niet elke dag iemand met een stofdoek voorbij komt.
Het heeft net zes uur geslagen. Buiten houdt een klamme mist de dageraad tegen en het licht dat tussen de half geopende gordijnen door het raam naar binnen valt is zwak. Ook de vogels laten zich niet horen vandaag, afgezien van een specht die met grote tussenpozen op het hout van de berk achter het huis hamert.

Gestommel op de trap kondigt de komst van Cees aan. Niet met een K, maar met een C. ,,Tsees, dus’’, zoals hij zelf doorgaans benadrukt. ,,Nee, geen Sees, maar Tsees. Met een T en een S.’’ Cees is de helft van de gebroeders Kievit (beiden zover in de 80 dat ze de 90 al gepasseerd zijn) die de puntjes op de i zet, precies is en elke morgen om klokslag zes naast zijn bed staat, zomer of winter, weer of geen weer.
Broer Jacob (ja, ook Jacob met de C) draait zich op nog even om terwijl Cees het deurtje van de klok opendoet, de sleutel pakt en de klok begint op te winden. Zeven keer draaien, met een beetje overleg om de veer niet onnodig te belasten, en dan nog een kwart slag. Al meer dan vijftig jaar een vast ochtendritueel, sinds hij en Jacob alleen in de kleine boerderij achtergebleven waren. Soms denkt hij daaraan en probeerde een rekensommetje te maken om te zien hoeveel slagen hij de sleutel in zijn leven al had omgedraaid. Maar tot de oplossing is hij nooit gekomen. Te ingewikkeld.

Het deurtje dicht, en Cees stommelt naar de keuken om het ontbijt klaar te gaan maken. Onderaan de trap houdt hij even stil. ,,Wil je een ei, Jacob!’’, roept hij naar boven. Zoals elke morgen.
Na een handvol seconden klinkt een gedompt ‘’jadoemaartsees’’ als respons. Al meer dan vijftig jaar speelt Jacob met het idee om eens ‘’neehoor’’ te antwoorden. Maar nee, daarvoor vindt hij een eitje bij het ontbijt te lekker.


*

De klok en de klepel verzetten de tijd,
je glijdt in een sneeuwdiepe kuil.
Ze vragen de morgen, je geeft hem in ruil
voor het ei dat je eet bij 't ontbijt.
Als de rook om je hoofd is verdwenen.
Als de rook om je hoofd is verdwenen.