maandag 4 januari 2016

Over spellen en schoorsteenvegen

Spelalfabetten zijn best bijzonder. Zo bestaat er naast het internationaal spelalfabet (je mag ook spellingalfabet of telefoonalfabet zeggen) het zogenaamde NAVO-alfabet. Ook dit is internationaal maar dan anders. Wie denkt dat al ingewikkeld is heeft het nog niet gehad over de nationale spelalfabetten. Ieder land heeft een redelijke locale manier van verwijzen en in de berm van de snelwegen der comunicatie is een gezellige variatie ontstaan.
Als je bijvoorbeeld de letter J neemt van Jérusalem (internationaal) dan kom je in het NAVO-alfabet op Juliett uit, wat je eerder in het Franse spelalfabet zou verwachten. Die kiezen echter voor Joseph, wat ook best uit het Duitse spelalfabet geplukt had kunnen zijn maar daar is het Julius. In Nederland is het Jan, in Engeland Jack, in Spanje en Portugal José. Allemaal redelijk logische verwijzingen naar min of meer logische namen. En in Italië... Jolly! Ja, die hebben de joker ingezet want in hun gewone alfabet bestaat de J niet. Ook de K hebben ze niet, en dat hiaat heben ze voor het spelalfabet op weten te vullen met "Kursaal". Ik vraag me af wie dat ooit heeft verzonnen.
Behalve de "buitenlandse" woorden valt een ander aspekt op als je het Italiaanse spelalfabet vergelijkt met de andere nationale spelalfabetten: daar waar de meeste landen kiezen voor jongens- en meisjesnamen hebben ze in de laars van Europa over het algemeen voor geografische aanduidingen gekozen. Namen van steden die over het algemeen redelijk bekend zijn en die regelmatig in de krant of op het journaal voorbij komen. De A van Ancona, de B van Bari, de C van Como, de D van Domodossola... Domodossola?

Domodossola




Santa Maria Maggiore ligt in het Valle Vigezzo, ongeveer halverwege. In het westen komt dit bochtige dal in het Valle d'Ossola uit (precies ter hoogte van Domodossola) en aan de andere kant wordt het Valle Vigezzo Zwitsers en ontmoet het Lago Maggiore.
Tegenwoordig profiteert een stadje als Santa Maria mee van de uitlopers van het massatoerisme dat het Lago Maggiore bevolkt, maar vroeger was het hier echt pure armoe. De grond was moeilijk te bewerken en de schamele landbouw leverde weinig of niets op. Grote gezinnen waren min of meer verplicht een zoon aan een patron te verkopen om te overleven. Een situatie die tot vroeg in de vorige eeuw geduurd heeft.
Kinderen tussen de 6 en de 10 jaar waren het meest gewild, want zij konden het beste dienst doen als schoorsteenvegersjongen in Milaan. Klein, mager (want ondervoed), zodat ze de schoorstenen ingejaagd konden worden om ze schoon te maken. Ze werden mishandeld, en hadden vaak nog slechter te eten dan eerst. Gelijdelijk aan begon de stroom schoorsteenvegertjes uit het Valle Vigezzo ook de grenzen over te trekken.  Ze trokken lopend naar Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Polen, Hongarije en zelfs Rusland. Een trektocht van meer dan vijf jaar was geen uitzondering. In duizenden moeten ze vanuit het Valle Vigezzo hun geluk in het buitenland gezocht hebben. Weinigen zijn er rijk geworden. Integendeel.

De geschiedenis van de schoorsteenvegers uit het Valle Vigezzo blijft verbonden aan een opmerkelijke gebeurtenis aan het Franse hof in 1612. Tijdens zijn werk was hij er getuige van hoe hoe enkele hoogwaardigheidsbekleders in een van de vele zalen van het Louvre spraken over een samenzwering tegen koning Lodewijk XIII en zijn moeder Maria de' Medici. Lodewijk was op dat moment slechts 11 jaar oud, maar had zijn vader op moeten volgen toen die twee jaar daarvoor vermoord was. Zijn moeder was regente tot Lodewijk meerderjarig zou worden. Een situatie waarmee een deel van de Franse adel aan het hof het allesbehalve eens was.
Met veel moeite kreeg de schoorsteenveger audiente bij Maria de' Medici, die op tijd wist in te grijpen. Als beloning vroeg de jongen toestemming voor zijn landgenoten om handel te mogen drijven in sierraden, wat dat leverde in ieder geval meer op dan schoorstenen vegen. Het privilege werd op 10 oktober 1613 door de koning bevestigd. Hiermee was een definitieve band gelegd tussen het Franse hof en de Valle Vigezzo die zijn voetsporen tot vandaag de dag achterlaat: de familie Mellerio bijvoorbeeld (een van de belangrijkste Franse juweliers) is oorspronkelijk afkomstig uit Craveggia, een steenworp verwijderd van Santa Maria Maggiore. In de kerk van de heilige Giacomo e de heilige Cristoforo in Craveggia wordt het bruiloftskleed van Maria Antoinette en de begrafenis van Lodewijk XIV bewaard.

Craveggia

Santa Maria Maggiore
 

4 opmerkingen: