maandag 28 maart 2016

Gouden bergen

De doorgaande weg van Domodossola naar Locarno snijdt Druogno in twee. Aan de noordkant de kerk, huizen aan straten die allemaal naar de twee aders bergop leiden. Aan de zuidkant het dal, wat appartementen jaren zestig-zeventig stijl en het station.
Een stoeprand scheidt de doorgaande weg van het smalle terras van een van de twee barretjes die het dorp rijk is. Je kunt er de vouwen uit je broek en de consumptie uit je glas laten rijden. Binnen is alles groezelig, de kopjes van de espresso, de tafelkleedjes, de stoelen. Zelfs de kroegbaas zou best een beetje water en zeep kunnen gebruiken. De koffie kost er een euro, een glas water is gratis.
De plaatselijke jeugd koopt er krasloten, wint vijf euro, verliest er vervolgens vijftien zoals in de beste families, maar vooral in de minder bedeelde voorkomt. Boven de kassa verleiden tropische eilanden en worden gouden bergen beloofd. De uitbater waarschuwt in hanepoten: ,,Er wordt niet gestolen, toch?''
Je kunt er ook sigaretten kopen, de krant, een tijdschrift en een keukenklok met een afbeelding van de paus. En ansichtkaarten, die tevoorschijn komen vanachter andere krasloten, plakplaatjes, vergeelde boeken met verkleurde omslagen. Zes verschillende afbeeldingen zijn er. Drie vallen meteen af omdat de jaren de kaartjes krom getrokken hebben. Ik verdeel de andere drie over vijf kaartes: twee keer het dal van de Valle Vigezzo, twee keer Druogno vanaf de berg gezien die boven het dorp uittoornt en eenmaal de kerk van Druogno. De klok op de toren geeft twintig over twee aan, de schaduwen en de kleuren duiden op een vroege herfstmiddag.
Ook postzegels moeten ergens zijn, maar worden niet gevonden.

Op het stationnetje van Druogno wacht een mevrouw op de trein. Ze is een Russin. ,,Een echte Russin'', verduidelijkt ze. ,,Een Kozak.''
De treinen rijden er van Domodossala, in Italië, naar Locarno in Zwitserland, en weer terug. Om tien over één stopt de trein richting Domodossola en de Russin stapt in. Het treinstel zet zich in beweging. De mevrouw zwaait naar ons, zoals alleen echte Russinnen kunnen zwaaien.
De trein richting Locarno zou volgens de dienstregeling om negentien minuten over één aan moeten komen. Hij arriveert met de precisie van een Zwitsers uurwerk.
,,Twee enkeltjes naar Santa Maria Maggiore.''
,,Dat is twee euro zestig. Kunt U passen?''