maandag 2 januari 2017

Oliecrisis


Ik herinner me de oliecrisis nog. 1973... Nee, dat is niet helemaal waar.
Ik herinner me de autoloze zondagen van die oliecrisis. Lege wegen. De Kinderdijk leeg tot aan de bocht van Drieschouwen. Normaal stonden de bermen vol op zondag als Axel thuis speelde.
Slechts een enkeling mocht wel rijden. De dokter natuurlijk, zonder dat hij er misbruik van maakte. Alleen voor echte noodgevallen ging hij op weg. En dan diegenen die moeilijk ter been zijnde bejaarden naar de kerk begeleidden. Ja, daar kregen ze vrijstelling voor. Moeilijk ter been zijnde was een rekbaar begrip, en dus werd er misbruik van gemaakt. Door een aantal kerkgangers die ook op de autoloze rustdag des Heeren hun Heilige IJzeren Ros niet wilden laten staan.
In Axel woonde 'het gemeentepaard'. Geen idee wie de bijnaam van de goeie man verzonnen had, maar het was een eretitel die niet uit sympathie geboren was. Dat moge duidelijk zijn. Het gemeentepaard ging naar de kerk, elke zondag, met de auto, ook tijdens de oliecrisis. Zijn moeder was moeilijk ter been, althans op zondag, tijdens de oliecrisis.


Ik schreef het bovenstaande na "En ik herinner me Titus Broederland" van Auke Hulst te hebben gelezen.

[]

"En ik herinner me Titus Broederland" is het verhaal over de onmogelijkheid om als helft van een tweeling een normaal leven te leiden. De haat-liefde verhouding die een bijna logisch gevolg is van het opgroeien met je spiegelbeeld, als je spiegelbeeld. Je leeft onder elkaars huid, die past als de jouwe maar op den duur toch niet als gegoten zit.

Persoons- en geografische namen duiden op een Nederlands decor, maar daar waar de sfeer benauwd gesloten blijft, geeft de reis van de tweelingbroers dermate wijdse landschappen prijs dat Amerika waarschijnlijker is. De reis is een lange vluchtpoging voor het gevaar dat de wereld bedreigt.
Hun wegen lopen soms wel erg parallel met die van de vader en de zoon in Cormac Mccarthy's "The Road", wat het idee van Amerika doet toenemen en een aantal bijna-déja-vu's het pad doet kruisen.
Maar eigenlijk doet dat er weinig toe: wat telt is de constante strijd. De zekerheden van de hoofdrolspelers worden steeds schaarser en steeds moeilijker in stand te houden. Zekerheden van een wereld die letterlijk in een groot gat dreigt te verdwijnen, maar ook de zekerheden van een broederschap, een eenheid die onherroepelijk op een fataal einde lijkt af te stevenen.
De kerk speelt een belangrijke rol in het leven van de gebroeders Broederland, maar vanaf het prille begin tot het bittere eind uitsluitend in negatieve zin.

"Ik herinner me Titus Broederland" was mijn eerste kennismaking met Auke Hulst. De manier waarop hij de uitzichtloosheid van twee mensenlevens weet te vangen is groots. Je voelt als lezer de dwangbuis die het leven, door wat voor omstandigheden dan ook, kan vormen.
Hulst schrijft poëtisch, mooi. Af en toe overschrijdt hij de grens van het belerende, jammer. Maar al met al was zijn herinnering aan Titus Broederland een aangename kennismaking.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen