zondag 10 november 2019

De heilige Rita


Soms valt het niet mee om de weg te vinden in Italië. Dikwijls ontbreken aanduidingen, en soms zijn ze te overvloedig aanwezig. Of ze creëren meer twijfel dan zekerheid.
In Treviso staat aan het San Leonardo plein de kerk van San Leonardo die ter plaatse heel duidelijk aangeduid wordt met Santa Rita, en veel minder met San Leonardo.
Zulke dingen.



- 0 -

Devotie. Margherita Lotti was er een toonbeeld van. In 1381 werd ze in het Italiaanse Roccaporena geboren en op 14-jarige leeftijd huwden haar ouders het meisje uit aan ene Ferdinando Mancini, ook al had ze zelf gewild haar leven te wijden aan Christus. Een ongelukkig huwelijk werd gedragen met bidden, verdragen en het toekeren van de andere wang. Het nageslacht bestond na een aantal jaren uit twee zonen, al even grote rauwdouwers als hun vader. De appels vielen niet ver van de boom. Toen de boom na 18 jaar huwelijk omgehakt werd (een oude vijand – een van de velen die Mancini had – vermoordde hem) zwoeren de appels bloedwraak.
En Margherita, Rita, deed wat ze haar hele leven had gedaan. Ze bad en vergaf. Ze vergaf de moordenaar van haar man. En ze bad tot haar enige Heer om een immense zonde niet in haar familie te laten gebeuren. Liever dat haar zoons zouden sterven dan dat zij aan het moorden zouden slaan. En zo geschiedde. Een jaar nadat Mancini zijn laatste adem had uitgeblazen volgden zijn zoons kort na elkaar zijn voorbeeld. Zonder geweld stierven ze een natuurlijke dood.
De weg van devotie lag nu open voor Rita en in 1407 trad ze in bij de augustinessen van het Santa Maria Magdalena klooster in Cascia. Haar geestelijke honger stilde ze met gebed, haar fysieke honger en dorst met enkel water en brood. Haar band met Christus werd bijna net zo fysiek toen ze tijdens een gebed aan haar hoofd werd gewond door een doorn uit Jezus’ doornenkroon. Een wond die niet meer heelde, een teken.
Rita van Cascia overleed in 1457. In 1628 werd ze zalig verklaard door paus Urbanus VIII. In 1900 verklaarde paus Leo XIII haar heilig. Ze is beschermheilige voor de vrouwen met een ongelukkig huwelijk, voor de kinderloze en onvruchtbare vrouwen, voor de misbruikte vrouwen. Ze wordt aangeroepen bij verloren en hopeloze zaken, bij ziekte en bij wonden.



- 0 -

Tommy Wieringa groeide een deel van zijn jeugd op in de provincie. Ongeveer in dezelfde tijd waarin ik dat ook deed werd hij van kind puber en werden de eerste passen richting volwassenheid gezet. Het zal een van de redenen zijn dat het decor waarin een “provincieroman” als De Heilige Rita zich afspeelt me zo vertrouwd voorkomt. Het oosten, dicht bij de grens in het geval van hoofdpersoon Paul, of Zeeland, dicht bij de grens in het geval van ondergetekende, de verschillen zijn niet zo groot. De “anderen” beginnen al buiten de dorpsgrens (van steden kon je – en kun je, laten we eerlijk zijn – vaak niet spreken) en het “buitenland” begint aan de andere kant van de provinciegrens. En toch willen we allemaal naar het westen (in Pauls geval) of naar het noorden (in mijn geval). Wat niet van hier is brengt zoveel onzekerheid dat het gediscrimineerd wordt, ook al wordt de vreemdeling de reddingsboei waar de provincialen zich uiteindlijk krampachtig aan vastklampen. Maar het vreemde blijft te wantrouwen. Hoe leef je, hoe overleef je als je tegen wil en dank gedoemd bent in de provincie te blijven? Hoe maak je ervan wat ervan te maken is? Hoe ga je om met de provincietrots die desondanks door de aderen stroomt? Je roept de Heilige Rita aan, Santa Rita da Cascia, beschermheilige bij verloren en hopeloze zaken, bij ziekte en bij wonden.
Wieringa is en blijft een van mijn favoriete schrijvers.



- 0 -

De dames gaan naar Coin. Kleding, make-up, de eerste kerstdecoraties. Alleen maar even kijken. Wij, mannen, het miezert, het is fris, niet echt ideaal om buiten te wachten. We hebben net een expresso genomen en vinden het ook een beetje te ver gaan om gelijk weer een bar in te duiken.
,,Tommy Wieringa is een van mijn favoriete schrijvers.’’ Ik vertel het aan twee vrienden waarmee ik de boekenwinkel Ubik in Treviso ben binnen gestapt. Ik hou zijn laatste roman omhoog, smal, typisch voor de uitgeverij Iperborea die zich gespecialiseerd heeft in Noordeuropese literatuur. Santa Rita is ook in het Italiaans uit.



foto: Ron Roelandt

zaterdag 2 november 2019

Think green


Ik tweet
het bos
en vlieg
                           weg



vrijdag 25 oktober 2019

Normaal

Toen was het eigenlijk allemaal veel eenvoudiger, het hele leven werd veel gemakkelijker geaccepteerd. Je had geleerd, op school, op straat. Wat je niet wist, dat nam je aan van iemand die het wel kon weten. Het geluk net iets slimmer te zijn als jij, of deuren geopend te hebben gevonden die voor anderen gesloten bleven. Of gewoon wat meer ervaring te hebben.
Was dat erg? Nee. Dat was normaal.





De schoolarts heeft zo weinig indruk op me gemaakt dat ik me niet eens herinner hoe het inenten in zijn werk ging. Ik herinner me een paar krasjes met een "kroontjespen" op een arm. En hele lieve assistentes.
Of zullen die vage flarden ver verleden te geromantiseerd zijn?


(de foto komt van internet)

donderdag 24 oktober 2019

Dichter




                        Waar woorden worden,
                        warm als verse broodjes,
                        klank,
                        timbre,
                        gevoel

                        gekoesterd
                        onder wol,

                        houdt de dichter
                        het hoofd

                        koel

maandag 21 oktober 2019

Ja


Wilt gij
     - ,,ja’’ -
     ik wil
          - ,,ja’’ -

          Als...

Als
ja
slechts theorie
blijkt
en een relatie
relatief


Mileva Marić en haar echtgenoot Albert Einstein

zondag 20 oktober 2019

Longara, 20 oktober 2019



Jonas Kooyman schrijft in de nieuwsbrief van nrc.nl/boeken van deze week:

,,
Bekentenis: van sommige vrienden weet ik niet hoe hun handschrift eruit ziet. Ik ken hun toon, weet welke emoji’s ze graag gebruiken, maar hun handschrift? Geen idee. Terwijl schrijven – en dan vooral het schrijven van brieven – juist zoiets moois kan opleveren. Zo herinner ik me een aanbidder uit Milaan die mij ooit een handgeschreven brief stuurde met onze silhouetten in het papier geborduurd. Daar kan geen appje tegenop.

Ik begin erover omdat Jet Steinz (1990) een boek samenstelde met de 150 opmerkelijkste brieven uit de Nederlandse geschiedenis. In de Boekenbijlage van deze week krijgt P.S. een uitzonderlijke vijf ballen. Van afpersingspost uit de Tweede Wereldoorlog tot het afscheidsbriefje van Herman Brood: het “spetterende” boek ontroert en verbaast.

Bizar daarom dat juist zoiets opwindends als offline correspondentie zo goed als uitgestorven is. Daarom wil ik u, beste lezer, voor dit weekend een opdracht meegeven. Schrijf één brief – aan een vriend, een vijand, een geliefde. Als lifestylejournalist kan ik nu al voorspellen wat dé trend van 2020 wordt.
‘’

Nou, één kantje dan.



zaterdag 19 oktober 2019

Haaienkoorts



Een haai met een kunstgebit. Ja, doeg.
,,Als je vertelt moet je overdrijven’’, zei de bejaarde haai en hij keek de kleinkinderen vanover zijn leesbril aan, de gladde, bijna onzichtbare wenkbrouwen iets opgetrokken. Dat was het teken dat hij niet gestoord wilde worden. Ook vanavond werd er dus niet voorgelezen, net zoals er gisteren niet werd voorgelezen, en eergisteren niet, en de dag voor eergisteren niet. De haai had nog nooit voorgelezen. Dat had hij niet nodig, want hij zoog de verhalen met het grootste gemak van de onderwaterwereld uit zijn vinnen.
Muisstil bleef het. Kleinkinderen, achterkleinkinderen, achter-achterkleinkinderen en veel van wat daarna gekomen was keken opa haai aan, dicht opeengedrongen in een cirkel om hem heen, maar op een veilige afstand. Opa was bekend om zijn onverwachte stemmingswisselingen en meer dan eens was een van zijn nazaten tussen de bijters van de oude haai aan een koudbloedig eind gekomen. Niet dat de anderen daar erg om treurden, want om de restjes werd gevochten. Haai op het menu was haut-cuisine daar in de donkere dieptes.
Maar opa was inmiddels de 400 jaar gepasseerd en niet meer zo’n bijter. Hij zag niet goed meer en sinds hij een mini-onderzeeër voor een griend had aangezien had hij een kunstgebit. Wat een heel gedoe was in het begin. Maar hij was er nu min of meer aan gewend en sneed zich bijna nooit meer bij het in- en uitdoen. Maar het bleef een indrukwekkend gezicht, dat haaienkunstgebit als een enorme opengeklapte berenklem op het nachtkastje. In een glaasje water natuurlijk, zeewater. Met vijftig kilo Steradent erbij.

- 0 - 


Ik las “Haaienkoorts” van de Noorse historicus, journalist, fotograaf en schrijver Morten Strøksnes. De ondertitel luidt: “De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse zee”.
De jacht van twee vrienden – schrijver Strøksnes en de kunstenaar Hugo Aasjord – op een Groenlandse haai is de rode draad in dit boek dat in 2015 zowel de belangrijkste Noorse literatuurprijs als de Noorse publieksprijs won. Strøksnes trekt alle registers open en een “eenvoudige” jacht op een “eenvoudige” haai (beiden veel gecompliceerder dan ik als simpele walkneuter ooit voor mogelijk had gehouden) leidt tot een gevarieerde kennismaking met de zee en haar bewoners. Wat weten we nu, en wat werd nog niet eens zo heel lang geleden voor waar gehouden. We maken kennis met de vissers, de vissen, het leven aan de Noord-Noorse kust met Lofoten als centraal punt. En we zijn getuige van een vriendschap, met zijn toppen en zijn dalen.
Na een paar bladzijden heb ik me afgevraagd of ik wel een juiste keuze had gemaakt met dit boek, maar een tiental pagina’s verder was ik overstag dankzij de meeslepende manier waarop Morten Strøksnes me dingen vertelde waarvan ik nog nooit gehoord had of waarbij ik nooit had stil gestaan. Soms draafde hij wat ver door, en soms stopte hij daar waar mijn nieuwsgierigheid nog niet gestild was, als een stamgast aan een tafel die een kroeg vol toehoorders simpel stil heeft gekregen.


De afbeeldingen zijn van Hugo Aasjord.